donderdag 10 oktober 2024

Actiecomité Stop Uitverkoop Antwerpen
MEMORANDUM
voor een ommekeer in Antwerpen

Op 13 oktober 2024 zal de Antwerpse bevolking zich kunnen uitspreken over het beleid dat de komende zes jaar gevoerd dient te worden in de Scheldestad. Alle politieke partijen doen daarover in hun verkiezingsprogramma concrete (maar soms ook vrij vage) voorstellen. Wij – het actiecomité Stop Uitverkoop Antwerpen – menen dat het
absoluut noodzakelijk is om zeer veel aandacht te besteden aan het herstel van het sociaal weefsel van de stad Antwerpen. Dit memorandum somt daartoe een aantal noodzakelijke ingrepen op.
 

1. Wat er misliep in Antwerpen


In het midden van de jaren 1970 voerde de toen nog unitaire Belgische regering een fusieoperatie door van de Belgische gemeenten. Gemeenten die met elkaar fuseerden, konden er op rekenen dat hun schulden werden overgenomen door de Belgische overheid. De stad Antwerpen en haar randgemeenten konden echter – om zuiver politieke redenen – geen overeenstemming bereiken omtrent hun fusie. Daarom werd deze fusieoperatie uitgesteld tot het midden van de jaren 1980. Tegen die tijd was de context wel helemaal veranderd. Een diepgaande economische
crisis ging gepaard met het begin van de zogenaamde soberheidspolitiek. De belofte tot overname van de gemeentelijke schulden bij fusie werd al gauw geschrapt. Voor de fusiestad Antwerpen had dit dramatische gevolgen.


De stad Antwerpen torste destijds een enorme schuldenlast, die vooral het gevolg was van grootschalige investeringen, met geleend geld, voor de uitbouw van de Antwerpse haven en voor de ontwikkeling van het pre-metronet. Door de stijgende rente groeide de schuldenlast tegelijk steeds sneller aan. Als gevolg daarvan bleven er nauwelijks nog middelen beschikbaar om te investeren, terwijl de maatschappelijke noden tegelijk steeds groter werden. Er moest dan ook iets gebeuren.


Doorheen de jaren die volgden werden opeenvolgende maatregelen genomen, onder de noemer van saneringsoperaties. Zo werd beslist grote delen van het omvangrijke stedelijk patrimonium te gelde te maken. De opbrengst daarvan zou moeten dienen om de pensioenen van de stedelijke ambtenaren te financieren. Tegelijk werd het stedelijk ambtenarenbestand drastisch afgebouwd (wat de pensioenlast nog deed toenemen). Later moest ook het statuut van de ambtenaren zelf eraan geloven, waardoor die ambtenaren zich steeds minder onafhankelijk durfden op te stellen tegenover het stadsbestuur. De dienstverlening aan de burgers begon er langzaam maar zeker onder te leiden. Een diepgaande hervorming van de stadsdiensten moest soelaas bieden. De stedelijke diensten werden omgevormd tot (min of meer) autonome bedrijven, met managers aan het hoofd, die deze bedrijven moesten leiden als waren het private ondernemingen. De nadruk kwam te liggen op rentabiliteit, eerder dan op dienstverlening.


De som van al deze maatregelen laat zich herleiden tot een enkele conclusie: het sociale weefsel van de stad werd stap voor stap uiteen gerafeld, waarbij het stedelijk patrimonium meer en meer overgeheveld werd naar de private bouwsector, terwijl het regulerend optreden van de stedelijke overheid en de stedelijke democratie steeds verder teloorging.


Er heerst, zoals professor Pascal Gielen onlangs schreef, een “bestuur van wantrouwen, toch voor wat gratis en spontaan gebeurt. Argwaan, controle en reglementen voor het ongetemde leven, maar wel vrij spel voor het kapitaalkrachtige leven. Daarmee verdampt de legitimiteit van ieder lokaal bestuur. Politiek gezag ruimt plaats voor macht en autoritair bestuur. Dat blaast stilaan maar zeker het leven uit de gemeente.”


Het is dan ook hoog tijd voor een ommekeer, die het sociaal weefsel van de stad eindelijk herstelt, de uitverkoop van het stedelijk patrimonium stopt, de wooncrisis bestrijdt en tegelijk de stedelijke democratie versterkt.

2. Stop de politiek van sociale verdringing


Bij de fusieoperatie beschikten de stad Antwerpen en het stedelijke OCMW over het meest omvangrijke patrimonium van alle Belgische steden en gemeenten. Stadseigendommen – zoals de Stadsfeestzaal, de Handelsbeurs en het Elzenveld – maar ook vakantieverblijven van Kindervreugd buiten het grondgebied van de stad, net zoals educatief
materiaal (zoals de schoolboten of tsjalken), stonden ten dienste van alle stadsbewoners of van hun kinderen. Vele panden van stad en OCMW werden ook aan betaalbare tarieven verhuurd aan vzw’s of feitelijke verenigingen van activisten en cultuurmakers – denk maar aan de (door brandstichting vernietigde) ‘King Kong’ in de Keizerstraat, de uitgedreven werkingen van ‘Onder Stroom’ en ‘Villa Delfia’ aan het Loodswezen en de bedreigde bewoners en gebruikers van het kunstenaarscollectief Ercola in de Wolstraat.


Het stedelijk patrimonium werd en wordt stap voor stap te gelde gemaakt. Soms door verkoop, elders door het zo goed als eeuwig in erfpacht te geven aan kapitaalkrachtige vastgoedwolven. Vanaf dan worden deze eigendommen uitgebaat om er winst mee te maken. De Antwerpenaar kan er enkel nog als klant terecht, als… hij/zij er de centen voor heeft. Het sociale en/of culturele nut van deze eigendommen verdwijnt als sneeuw voor de zon. In de plaats daarvan woekert de permanente gentrificatie en het ermee samenhangend verdrijven van de oorspronkelijke bewoners – een proces van sociale verdringing, waarbij hele wijken worden kapotgemaakt (denk aan Sint-Andries, de omgeving
van de Lange Gasthuisstraat, het Eilandje en vele anderen), waar er de oorspronkelijke bewoners niets anders over blijft dan uit te wijken naar getto’s aan de rand van de stad of… er buiten.
 

De formele redenen voor deze grootschalige vermarkting – met enerzijds de stedelijke schuldenlast en anderzijds de pensioenlasten – zijn ondertussen echter wel… opgelost. Het stadsbestuur – met burgemeester Bart De Wever op kop – voert steevast zélf het riedeltje op dat de historische stadsschuld volledig werd terugbetaald (door ons allemaal, niet door hen!). Daarnaast werd de last voor de stedelijke ambtenarenpensioenen onlangs overgenomen door de federale
Belgische regering. 

De mantra van de stedelijke armlastigheid gaat dan ook niet langer op. Er kan wel degelijk geld gevonden worden om een andere politiek te voeren. Het is dan ook perfect mogelijk om de tot nu toe gevoerde politiek een halt toe te roepen, door te kiezen voor een ommekeer.


3. Red het sociaal weefsel van de stad

 

Hoe zou zo’n ommekeer er kunnen uitzien? Wij denken onder meer aan de volgende maatregelen: 

  • Bevries het uitverkopen en/of uitbesteden van stadseigendommen, door het invoeren van een moratorium voor de duur van de komende legislatuur (6 jaar).
  • Investeer als stad zélf in plaats van verder te ‘vermarkten’: renoveer in eigen beheer het stedelijk patrimonium, met behoud van de huidige, sociaal en/of cultureel nuttige functie ervan.
  • Licht eerdere verkopen en/of uitbestedingen van stedelijk patrimonium door op hun sociaal en/of cultureel nut – voer dus een audit uit. Dat kan door een onafhankelijke instelling te creëren, aangesteld door de gemeenteraad (zoals dat vandaag ook al het geval is met de stedelijke ombudsdienst).
  • Breng eerder vervreemd patrimonium terug in stadseigendom, indien dit niet sociaal en/of cultureel nuttig wordt aangewend.
  • Compenseer de slachtoffers van gentrificatie en/of sociale verdringing, met een schadevergoeding en met een alternatieve, betaalbare woning of ruimte voor het ontwikkelen van culturele activiteiten. Volg in deze zin het voorbeeld van de sociale huisvestingsmaatschappij Woonhaven in de wijk Luchtbal,waar bewoners gecompenseerd werden voor de lamentabele toestand van hun woningen met een schadevergoeding én met alternatieve huisvesting aan dezelfde sociale voorwaarden. Hetzelfde dient dan ook te gebeuren voor de bewoners en gebruikers van het kunstcollectief Ercola in de Wolstraat.
  • Stop de wildgroei aan Airbnb’s, die – net zoals de uitverkoop van stadspatrimonium – het sociaal weefsel van een wijk afbreken en de huurmarkt duurder maken.
  • Reguleer de prijzen van studentenkoten, zodat deze geen voorwerp blijven van speculatieve bouwprojecten, die op hun beurt eveneens de omliggende huurprijzen de hoogte in jagen.


4. Bestrijd de wooncrisis
 

Antwerpen is een steeds duurdere stad om in te wonen. Zo meldt de huurbarometer dat “de huurprijs voor een huis in Antwerpen sinds 2022 steeg met gemiddeld 33,9 procent. Voor een appartement is de prijs met 11,9 procent de hoogte in gegaan.” Concreet betekent dit dat huurders in 2023 per maand gemiddeld 1.312 euro betaalden voor een huis en
989 euro voor een appartement. Ook bij koopwoningen zien we dezelfde opwaartse trend: voor de vastgoedprijzen een gemiddelde stijging met 3,1%, terwijl de gemiddelde inflatie slechts 2,2% bedroeg in het eerste kwartaal 2024. Daarmee wordt wonen voor steeds meer mensen ronduit onbetaalbaar. In schril contrast daarmee wrijven de vastgoedwolven zich likkebaardend in de handen. Projectontwikkelaars bekommeren zich niet om het verstrekken van woningen op zich. Zij mikken eerder op winstgevende uitbating, door het verstrekken van accommodatie voor verhuring voor de korte termijn, alsook het ter beschikking stellen van
postbusadressen. Zo dragen zij bij tot de verwoestijning van het stedelijk sociaal weefsel.


Tegelijk staan er meer dan 40.000 Antwerpenaren op de wachtlijst voor een sociale woning. In het verleden was Antwerpen nochtans kampioen in het bouwen en verhuren van sociale woningen. De afgelopen twaalf jaar werd de bouw van nieuwe sociale woningen echter uitdrukkelijk bevroren door het stadsbestuur. Volgens het stadsbestuur was dat moratorium geen probleem, vermits Antwerpen sowieso al over meer sociale woningen beschikte dan het Vlaams gemiddelde. Eigenlijk wil het stadsbestuur hiermee de stadsvlucht stimuleren van de minder kapitaalkrachtigen: door de steeds hogere prijzen in de stad zijn die minder kapitaalkrachtigen wel gedwongen hun heil elders te gaan zoeken.


Van de weeromstuit wordt zo alweer het sociaal weefsel van de stad verder uiteen gereten. Paradoxaal genoeg staan er tegelijk tal van sociale woningen… leeg. Volgens het stadsbestuur is dat het gevolg van de door de Vlaamse overheid opgelegde fusie van verschillende huisvestingsmaatschappijen. Door die fusie dienden de verschillende wachtlijsten te worden samengevoegd. Die samenvoeging gebeurde onder het toezicht van de Vlaamse overheid. Daar liep duidelijk een en ander helemaal mis. De gegadigden voor een sociale woning dienden zich opnieuw in te schrijven, op digitale wijze. Voor nogal wat potentiële huurders van een sociale woning is dat echter niet altijd even makkelijk – niet iedereen is even digitaal vaardig, noch hebben zij allemaal de beschikking over een computer of smartphone. De bewering van de bevoegde schepen dat deze herinschrijving kon gebeuren met “één
simpele knop” blijkt ook al niet te kloppen. Te vrezen valt dan ook dat velen onder hen eens te meer tussen de mazen van het sociaal vangnet terecht dreigen te komen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in Antwerpen 3.454 daklozen zijn, het hoogste aantal van alle Vlaamse steden – waarvan meer dan een derde vrouwen.

Om de wooncrisis daadwerkelijk te bestrijden – op een sociaal verantwoorde manier – is ook hier een ommekeer noodzakelijk.
 

Wij denken dan aan de volgende maatregelen:


  • Voer een expansief woonbeleid, niet voor gentrificatie en sociale verdringing ten voordele van grote vastgoedbedrijven, maar door een expliciete keuze voor een sociale mix met een groot aandeel voor
  • betaalbare koop- of huurwoningen en voor sociale woningen.
  • Neem een duidelijk engagement voor de bouw van minstens 15.000 nieuwe sociale woningen, zodat de wachtlijsten kunnen worden weggewerkt.
  • Leg maximum-huurprijzen op, gebaseerd op objectieve criteria zoals comfort, energieverbruik, aantal kamers en dergelijke. Zorg ook voor handhaving.
  • Stop de huisuitzettingen, zodat de dakloosheid niet langer aangroeit.
  • Onteigen leegstaande en/of verkrotte private eigendommen.
  • Renoveer deze onteigende gebouwen in eigen beheer en maak er betaalbare woningen en/of ruimten voor culturele beleving van.
  • Onteigen de onroerende bezittingen van huisjesmelkers, renoveer deze waar nodig en maak er betaalbare woningen van.


5. Versterk de stedelijke democratie

 

Jarenlang begunstigden stedelijke investeringen vooral de veiligheidsdiensten. Terwijl er zogenaamd alsmaar minder geld beschikbaar was voor sociale en/of culturele initiatieven, kon er wel geld gevonden worden voor de installatie van duizenden camera’s en voor de uitrusting van de politionele diensten met oorlogsmateriaal (denk onder andere aan de ‘bearcat’-pantservoertuigen).


Tegelijk werden alle mogelijkheden om als burger direct en fysiek contact op te nemen met ‘het bestuur’ zoveel mogelijk afgebouwd. Eerstelijns contacten werden uitbesteed aan private callcenters. Wijkkantoren (van politie én van stedelijke diensten) zijn slechts op afspraak te bezoeken. Die afspraken kunnen in de praktijk alleen makkelijk gemaakt worden op digitale wijze. De stad en haar dienstverlening worden zo een soort van onbereikbare en onzichtbare moloch, verheven boven alles en iedereen. De burgers blijven verweesd achter. Als die burgers het ergens mee oneens zijn, dan worden hun duizenden bezwaarschriften genegeerd of… verloren gelegd. Willen die burgers protesteren op straat, dan worden dat enkel toegelaten ‘buiten zicht’. Een groot deel van de stad wordt zo verklaard tot ‘neutrale zone’. Het stadsbestuur maakt van het stadhuis een mini-Kremlin: ervoor betogen is verboden, inzicht krijgen in wat het bestuur uitvreet, wordt zoveel mogelijk bemoeilijkt, alleen toeristische bezoekers zijn welkom.
 

Ook voor gemeenteraadsleden wordt het steeds moeilijker om inzicht te verkrijgen in het stedelijk bestuursapparaat. Vele beslissingen worden genomen door individuele schepenen (denk bijvoorbeeld aan het censureren van de stadsdichters, het weghalen (of cancelen) van bepaalde schilderijen in de Arenbergschouwburg, het verbieden van een
solidariteitsinitiatief met Palestina, enz.). Andere beslissingen worden genomen door het college van burgemeester en schepenen, zonder dat de gemeenteraad er de minste inspraak in of zicht op heeft. In de gemeenteraad zelf wordt het gebruik van de zogenaamde ‘B-punten’ (bedoeld om routineuze agendapunten niet teveel tijd te laten opslokken) in een aantal gevallen dan weer aangewend om op schielijke wijze ondoorzichtige deals met vastgoedwolven te laten passeren. Denk bijvoorbeeld aan de erfpacht voor het Botanic Sanctuary Hotel én aan het regulariseren van onbetwistbare bouwovertredingen in dat kader.
 

Ook een democratische ommekeer is absoluut noodzakelijk.
Bijvoorbeeld door volgende maatregelen:
 

  • Garandeer inspraak door bewoners/gebruikers van het stedelijk patrimonium – neem geen beslissingen meer boven hun hoofd.
  • Maak stadslucht weer vrij: geen ‘neutrale zones’, vrijheid van vereniging en van manifestatie.
  • Herziening van het 'bedrijfsmodel' van de stedelijke diensten (waaronder AG Vespa) – terugkeer naar dienstverlening i.p.v. rentabiliteit als doelstelling.
  • Herstel de onafhankelijkheid van de stedelijke ambtenaren door de herinvoering van hun statuut.
  • Zorg voor transparantie op alle vlakken voor alle stedelijke diensten.
  • Verplichte verduidelijking van de redenen waarom zogenaamde ‘B-punten’ als dusdanig worden voorgelegd aan de gemeenteraad (om te vermijden dat bepaalde zaken ‘en stoemelings’ worden goedgekeurd).
  • Inspraak door de bevolking in alle kwesties die verbonden zijn met het stedelijk patrimonium, dat gemeenschappelijk bezit is van alle Antwerpenaars, onder andere door het toekennen van drie zetels
  • aan vertegenwoordigers van burgercomités in de algemene vergadering van AG Vespa.
  • Instelling van een toezichtcommissie inzake het beheer van het stedelijk patrimonium, bestaande uit afgevaardigden van het Antwerpse middenveld; toezichtcommissie die verplicht moet worden
  • geraadpleegd bij elke beslissing over het stedelijk openbaar domein én die beschikt over een vetorecht.


Het actiecomité Stop Uitverkoop Antwerpen roept de democratische politieke partijen op om te zorgen voor deze ommekeer, die het sociaal weefsel van de stad herstelt, de uitverkoop van het stedelijk patrimonium stopt, de wooncrisis bestrijdt en tegelijk de stedelijke democratie
versterkt.

Meer info kan je vinden op de Facebook-pagina van het Actiecomité Stop Uitverkoop Antwerpen of door een mail te sturen. Financiële steun wordt met dank aanvaard:

https://shorturl.at/EmS9p  – stopuitverkoopantwerpen@gmail.com – Bankrekeningnummer: BE32 3632 3720 9702

zondag 1 september 2024

 

Patrick Janssens, deus ex machina?


Voormalig burgemeester Patrick Janssens komt opeens op de proppen als de nieuwste ‘deus ex machina’ van Vooruit, de Antwerpse sociaaldemocraten. Hij presenteert zich bij deze terugkeer als degene die zal kunnen zorgen voor een meer evenwichtige aanpak door het stadsbestuur, onder meer op het vlak van patrimoniumbeheer, sociale huisvesting en democratische rechten. Het verleden van deze belofteling biedt helaas weinig ankerpunten om daar veel geloof aan te hechten.

Analyse

To be true, zijn analyse van een deel van de Antwerpse werkelijkheid is niet slecht. Ergo, zij is quasi identiek aan delen van de analyse van het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’, zoals uiteengezet in een nog te verschijnen memorandum, dat werd opgesteld twee weken voor Janssens zijn inzichten toevertrouwde aan de media. Het lijkt er zelfs op dat Janssens onderdelen van deze analyse gewoon... overneemt. Tegelijk blijven de door hem voorgestelde remedies voor de vastgestelde problemen bijzonder vaag.

Wat is (samengevat, op basis van een interview in de krant De Standaard) de inhoud van zijn analyse, zowel als van de potentiële remedies?

Te machtige projectontwikkelaars

Vertrekkend vanuit de vaststelling dat het aandeel aan sociale woningen in grote bouwprojecten door het stadsbestuur naar beneden wordt gehaald, wijt Patrick Janssens dit (terecht) aan het feit dat “projectontwikkelaars in Antwerpen véél te machtig zijn geworden.” Daartegenover stelt Patrick Janssens dat “de politiek het kader moet vastleggen, de regie in handen moet nemen en vervolgens ontwikkelaars moet zoeken die die plannen uitvoeren.” Dat klinkt mooi. Maar… eigenlijk is dit exact wat er nu ook al gebeurt. De zwakke schakel in deze redenering is dan ook precies… de politiek. Het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’ stelt daar tegenover o.a. dat het stadsbestuur zélf dient te investeren in plaats van verder te ‘vermarkten’, door het stedelijk patrimonium in eigen beheer te renoveren, met behoud van de huidige, sociaal en/of cultureel nuttige functie ervan. Patrick Janssens rept daar met geen woord over. Ook een moratorium op het uitverkopen en/of uitbesteden van stadseigendommen komt niet in hem op. Evenmin spreekt hij zich uit over de wenselijkheid van het bouwen van (veel meer) sociale woningen. Terwijl er in Antwerpen nochtans 40.000 mensen op de wachtlijst staan voor zulke sociale woning en er tegelijk bijna 3.500 daklozen ronddolen in Antwerpen, waarvan een derde vrouwen.

Stadsambtenaren

Wel wijst Patrick Janssens op “een autoritaire stijl”, waar “een einde aan gemaakt moet worden.” Ook betreurt hij de “zelfcensuur van topambtenaren”, en hekelt hij het negeren door het stadsbestuur van negatieve adviezen van de diensten van diezelfde topambtenaren. Tegelijk echter stelt hij niet in vraag dat het huidige stadsbestuur – mét Vooruit erin! – principieel beslist heeft het statuut van de stadsambtenaren af te schaffen. Voor de meeste mensen is dit wellicht een eerder ondoorzichtige kwestie, waarvan zij het belang niet echt kunnen inschatten. Eigenlijk zorgt het statuut van ambtenaren (de zogenaamde ‘vaste benoeming’) ervoor dat die ambtenaren zich onafhankelijk kunnen opstellen tegenover de (vaak wisselende) politieke overheid. Dat is dan ook de werkelijke oorzaak van de ‘zelfcensuur der (top)ambtenaren’. Zij zijn niet meer ‘vastbenoemd’ en kunnen dus makkelijk ontslagen worden, als hun houding de politieke overheid niet aanstaat. Je zou dan ook denken dat een verstandig man als Patrick Janssens dat ambtenarenstatuut terug zou willen invoeren. Daar is echter… geen sprake van. Dat is ook niet verwonderlijk, want toen Patrick Janssens zelf nog burgemeester was, wijzigde hij quasi eenzijdig de arbeidstijdsregeling van de stadsambtenaren: compensaties voor overuren werden ingeperkt en de betaalde middagpauze (bekend onder het motto ‘eten is dienst’) werd afgeschaft. In de praktijk verlengde Patrick Janssens daarmee de arbeidsduur. Waardoor hij de steun van tal van ambtenaren verloor. Wat uiteindelijk bijdroeg aan het verlies van zijn burgemeesterssjerp.

DNA

Naar eigen zeggen wil Patrick Janssens – als hij verkozen wordt én als Vooruit deel kan uitmaken van een nieuwe coalitie – “een verschil maken op het vlak van stadsontwikkeling en bestuursstijl.” Het probleem is dat hij daarmee botst op de N-VA, waarvan hij zelf denkt dat autoritarisme, wantrouwen in de eigen ambtenaren, nauwe banden met projectontwikkelaars en sociale hardvochtigheid “behoren tot het DNA van die partij.”

Nieuwe monstercoalitie

Je zou dan ook denken dat Patrick Janssens gecharmeerd zou kunnen zijn door de potentiële mogelijkheid van een progressieve meerderheidscoalitie na de komende gemeenteraadsverkiezingen (gezien de uitslag van de laatste parlementsverkiezingen de PVDA kroonde tot tweede partij van ‘t Stad is dat geen onmogelijke droom meer). Dat is echter niet het geval. Ergo: Patrick Janssens zegt dat “je alle partijen zal nodig hebben om een coalitie te vormen zonder PVDA en VB.” Patrick Janssens mikt dus op een nieuwe monstercoalitie, waarin de N-VA – met haar autoritaire en sociaal hardvochtige DNA! – opnieuw de grootste en dus ook dominante kracht zou zijn. Het is een volstrekt raadsel hoe in die context de bestuursstijl zou kunnen veranderen, hoe dikwijls Patrick Janssens ook mag beweren dat “we niet in de houding moeten springen als de N-VA dat vraagt.”

Teleurstelling

In de wedijver met Filip Dewinter om het burgemeesterschap hebben zeer veel Antwerpenaren destijds Patrick Janssens het voordeel van de twijfel gegeven. Ze stemden massaal voor hem, in de hoop dat hij niet alleen de fascisten van de macht zou houden, maar ook hun voedingsbodem zou wegnemen. Een zeer groot deel van deze kiezers werden enorm teleurgesteld door de politiek, die Patrick Janssens uiteindelijk (na zijn verkiezing) voerde. Enkele voorbeelden.

‘Voor wat hoort wat’

Van autoritarisme en sociale hardvochtigheid kent Patrick Janssens zelf ook wel wat. Tijdens zijn burgemeesterschap lag hij als hoofd van de politie mee aan de basis van een ‘Plan Veilig’, waarmee via huisbezoeken in de praktijk mensen zonder papieren werden geviseerd en opgespoord. Het ‘flinkse’ lik-op-stuk-beleid en het stigmatiseren van de vermeende ‘profiteurs’ in de zogenaamde ‘hangmat’ van de welvaartsstaat werden door hemzelf naar voor geschoven in zijn boekje ‘Voor Wat Hoort Wat’. Als het huidige stadsbestuur de toewijzing van een sociale woning voorwaardelijk én tijdelijk maakte, dan is dat eigenlijk slechts de doortrekking van wat hij zelf eerder bepleitte. Nu zeggen dat je “de mensen moet verleiden, eerder dan hen te verplichten”, klinkt mooi. Maar alweer hangt dit af van de machtspositie van de grootste partij in de volgende bestuurscoalitie.

Hoofddoekverbod

Vandaag betreurt Patrick Janssens dat hijzelf het dragen van een hoofddoek door vrouwelijke stadsambtenaren heeft verboden. Het gaat hem daarbij vooral om de methode: een expliciet verbod of een... impliciet. Eigenlijk is hij vandaag voorstander van de aanpak van de federale overheid. Die heeft (tot nu toe) geen formeel verbod op hoofddoekdracht uitgevaardigd. Maar ze past het in de praktijk wel toe – sotto voce, zoals de Italianen zeggen. Enkel een herziening qua stijl dus: het expliciete opleggen van het hoofddoekverbod wordt ‘betreurd’. Voor hem is het verder een zaak uit het verleden. Alleen is het al te makkelijk om deze stigmatiserende en vrouwonvriendelijke maatregel zonder meer te bedekken (sic!) met de mantel der liefde. De keuze tot herbevestiging of afschaffing van dit hoofddoekverbod blijft zich dan ook opdringen. Een tussenpositie of compromis lijkt onmogelijk. Met dank aan... het opgelegde verbod door de toenmalige burgemeester, Patrick Janssens.

Antifascisme?

Toen het Vlaams Blok nog de grootste partij was in de Scheldestad, organiseerde zij op een keer een manifestatie op de Grote Markt, om hun (loze) overwinning te vieren. In reactie daarop organiseerden antifascisten in allerijl een contra-manifestatie. De politie hield de twee groepen op de Grote Markt uit elkaar. Patrick Janssens keek toe vanuit een venster op het Schoon Verdiep. Het kwam in de verste verte niet bij hem op om de antifascisten een hart onder de riem te steken. Misprijzend merkte hij enkel op “De ‘derby’ is bezig…” Voor hem is politiek iets voor machthebbers; gewone mensen nemen daar niet aan deel en horen die macht enkel te ondergaan.

‘Antwerpen is van A’

Na de moordende racistische raid van Hans van Themse, waarbij twee doden en een zwaargewonde vielen, riepen tal van organisaties op tot een massabetoging tegen racisme. Voor het eerst sinds lang vonden talrijke organisaties en verenigingen elkaar, over alle etnisch-culturele grenzen heen. Deze keer vond Patrick Janssens het wel de moeite om daarin mee te gaan. Hoewel. De betoging moest volgens hem geen ‘anti-karakter’ hebben, maar diende ‘verbinding’ uit te stralen. Daarom veranderde hij eigenhandig de ordewoorden van deze betoging. Het expliciete antiracisme werd door de slogan ‘Antwerpen is van A’ volstrekt ontzenuwd. Als gevolg daarvan voelden niet weinig organisaties uit de Afrikaanse, Marokkaanse en Turkse gemeenschappen zich misbruikt. De gezochte ‘verbinding’ bleef daardoor helaas een lege doos.

Autonome gemeentelijke bedrijven

Tijdens het burgemeesterschap van Patrick Janssens werden de stadsdiensten gereorganiseerd. Zij werden omgevormd tot autonome gemeentelijke bedrijven. Aan het hoofd van elk van die bedrijven (of agentschappen) kwam een manager te staan. Elk ‘agentschap’ kreeg een eigen budget toebedeeld, waarmee de manager het moest doen. Werd het budget overschreden, dan diende de manager zelf in te staan voor de nodige besparingen. Langzaam maar zeker veranderde daardoor de doelstelling van verschillende agentschappen. Rentabiliteit kreeg steeds meer voorrang op dienstverlening. Het is deze omvorming die mee verantwoordelijk is voor de eerder passieve houding tegenover projectontwikkelaars door pakweg AG Vespa – het agentschap dat bevoegd is voor de omgang met stadspatrimonium. Niets wijst er vandaag op dat Patrick Janssens ook maar iets wil wijzigen aan deze agentschappen, zodat er teruggekeerd kan worden naar de werkelijk doelstelling van een openbare dienst: dienstverlening.

Opportunisme

Patrick Janssens was en is geen progressief, noch een socialistisch boegbeeld. Patrick Janssens is een opportunistisch politicus. Zoals elke reclamemens zoekt hij enkel naar een verandering van stijl, niet van inhoud. Hij doet nauwelijks concrete voorstellen, betuigt wel spijt over eerdere beslissingen, zonder echter te garanderen dat hij ze zal terugschroeven. Hij zal na de verkiezingen eender welk zogenaamd 'compromis' aanvaarden en uitvoeren, als... hij en zijn partij maar mag deelnemen aan de macht. Hij blijft daarmee vastzitten in de neoliberale ‘pensée unique’.

Tegen ‘de extremen’

Een potentiële progressieve meerderheid (met PVDA, Groen en – eventueel – CD&V) komt niet eens voor in zijn gedachten. Integendeel: hij mikt op een schepenambt onder, niet tegenover, Bart De Wever (er moet helaas worden bij gezegd dat Bogdan Vanden Berghe, de lijsttrekker van Groen, precies hetzelfde doet). Maar Patrick Janssens gaat nog verder: hij polste voor zijn terugkeer eerst naar toestemming (!) van De Wever. Nochtans een tegenstander in de komende kiescampagne. Waarmee zijn oproep om “een einde te maken aan de autoritaire bestuursstijl” meteen wel heel erg hol klinkt. Zijn campagne zal dan ook niet zozeer gericht worden tegen de autoritaire en sociaal hardvochtige politiek van de N-VA, maar wel tegen... ‘de extremen’. Waarmee hij PVDA en VB over dezelfde kam scheert. Het tegenovergestelde dus van een werkelijk progressieve of socialistische politiek: de macht veroveren (alleen of met anderen) om een andere, sociale en democratische politiek door te voeren.

Verloren stem

Het bestaande en beschamende neoliberale ‘beleid’ moet niet ‘evenwichtiger’ of ‘stijlvoller’ worden gemaakt, het moet worden... weggestemd! Patrick Janssens heeft niet de minste intentie om dat te doen. Een stem voor hem is daarmee voor progressieve of linkse Antwerpenaren werkelijk een verloren en zelfs een contraproductieve stem.

Electorale opstand

Laten we hopen dat deze aanpak met een ‘deus ex machina’ door de kiezers beantwoord wordt met een massale ‘machina de dei’, een electorale opstand, voor een progressieve, linkse meerderheid, die haar expliciet sociaal en democratisch programma ook daadwerkelijk en onverkort zal uitvoeren!

maandag 22 april 2024

 

Antwerpse Erfgoeddag verloopt in mineur

Zondag 21 april 2024 was het opnieuw tijd voor de jaarlijkse Vlaamse Erfgoeddag. Op die dag worden onder meer tal van waardevolle panden, die deel uitmaken van het collectieve erfgoed, in de bloemetjes gezet. In de stad Antwerpen gebeurde dat dit jaar in mineur. Oorzaak daarvan is de onaanachtzame wijze waarop het stadsbestuur (een coalitie van N-VA – Vooruit – en OpenVLD) omspringt met haar eigen patrimonium. In plaats van er in te investeren, wordt veelal gekozen voor verwaarlozing en, na verloop van tijd, tot een of andere vorm van privatisering. Niet verwonderlijk leidt dit – gelukkig! – ook tot protest. Het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’ ondersteunt dit protest vanzelfsprekend. Dat comité richt zich meer algemeen tegen de politiek van gentrificatie en tegen de sociale verdringing die daaruit voortvloeit. Tijdens de huidige erfgoeddag werd actie gevoerd op twee locaties: het Maagdenhuis in de Lange Gasthuisstraat aan de ene kant en het Begijnhof bij de Ossenmarkt aan de andere kant. Wat is daar in beide gevallen precies mee aan de hand?

Het Maagdenhuis te vondeling gelegd


Het Antwerpse stadsbestuur besliste onlangs dat het Maagdenhuis een andere invulling zou krijgen. Tussen 2024 en 2027 zal een deel van de collectie van het nabij gelegen en te renoveren Museum Mayer van den Bergh gestockeerd worden in het Maagdenhuis. De vzw Tutti Fratelli (van de gelijknamige theatergroep) krijgt tijdelijk een extra ruimte in het Maagdenhuis, terwijl de cultureel-sociale organisatie GATAM vzw er haar intrek mag nemen. Dat laatste om in te staan voor een opleiding tot keukenmedewerker, onder meer ten behoeve van het Instroom-project van chef-kok Seppe Nobels. Verder is ook het modeatelier Reantwerp van de partij. Nobels en Reantwerp werken met vluchtelingen en nieuwkomers. Het gaat stuk voor stuk om organisaties die respect en bewondering verdienen voor hun inzet en engagement. Wel is het niet duidelijk of zij zelf wel vragende partij zijn voor dit (tijdelijk!) verblijf in het Maagdenhuis. Bovendien is het maar de vraag of er in het Maagdenhuis wel voldoende ruimte beschikbaar is én of die ruimte wel aangepast is aan hun werking. Eigenlijk is het zo dat het stadsbestuur het Museum Mayer van den Bergh, de theatergroep Tutti Fratelli, het restaurant van Seppe Nobels, het modeatelier Reantwerp én het Maagdenhuis zelf... tegen elkaar uitspeelt!

Extreme sanering

Doel daarvan is het verhullen van een extreme saneringsoperatie. Dat blijkt ook uit verschillende bijkomende feiten. Zo werd de kerncollectie van het Maagdenhuis ingekrompen van 3.945 tot… 343 stukken. Deze overgebleven stukken dienen gestockeerd te worden in een ruimte van welgeteld 20,66m². Meerdere topstukken van de collectie zijn gewoonweg te groot voor zulke beperkte ruimte. Tegelijk kregen alle (!) personeelsleden in het Maagdenhuis te horen dat ze binnen de stadsdiensten een andere job dienen te zoeken. Het is een raadsel hoe het stadsbestuur ervoor wil zorgen dat de rijke sociale en zorggeschiedenis van Antwerpen nog ontsloten kan worden voor een breed publiek als er daarvoor geen ruimte, geen middelen, noch personeel overblijft.


Actievoerders in het Maagdenhuis

Uitverkoop en subsidiëring

Eigenlijk zou het stadsbestuur er veel beter aan doen te investeren in het mooie verhaal van de stedelijke zorgvoorziening door de eeuwen heen. Bijvoorbeeld door de gehele site aan de Lange Gasthuisstraat – waar het Maagdenhuis maar een deel van vormt – een moderne museale invulling te geven, aangevuld met gepaste hedendaagse zorginitiatieven. Voor het stadsbestuur is dat duidelijk geen optie. Eerder gaven ze de historische gebouwen van het Sint-Elisabethgasthuis in erfpacht aan een privébedrijf. Deze erfpachtregeling werd (naast de aan de stad betaalde luttele som van 3 miljoen euro en een jaarlijkse vergoeding van 221.000 euro gedurende 66 jaar) bovendien bedacht met een Vlaamse renovatiesubsidie van meer dan 766.000 euro, waarbij Matthias Diependaele (N-VA), Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, opmerkte dat “dankzij deze restauratiepremie de historische gebouwen op deze site opgewaardeerd en geïntegreerd (worden) in een luxueus boetiekhotel met groen binnengebied.” Op die manier kwamen er – voor een deel dus betaalt met geld van de gemeenschap! – een peperduur hotel en enkele eveneens peperdure sterrenrestaurants. Met als (voorlopig?) laatste kers op de taart een stedelijke goedkeuring voor de vestiging van een hypotheek ter waarde van 42 miljoen euro, met dit stedelijk patrimonium als onderpand. We zwijgen dan nog zedig over de vrij talrijke bouwovertredingen die werden begaan bij de renovatie...

Verloren kind

Met het wegsaneren van het personeel, het decimeren van de bestaande collectie en het feitelijk blokkeren van de huidige werking, legt het stadsbestuur het Maagdenhuis feitelijk te vondeling. Het risico is groot dat dit aldus verloren kind uiteindelijk eveneens in handen wordt gegeven van één of meerdere kapitaalkrachtige privébedrijven. Wat een zoveelste slag zou zijn voor het al flink uitgedunde stedelijk patrimonium. Dirk Luyten – gepensioneerd vrijwillig medewerker bij het Maagdenhuis – kon dit alles niet meer aanzien en besliste daarom een bescheiden protestactie te organiseren. Zijn doel was het te vondeling leggen van symboolfiguur ‘Houten Clara’ in de voorziene stockageruimte van 20,66m² in het Maagdenhuis. Deze actie werd echter… verboden door het stedelijk management! Met de steun van tientallen medestanders – waaronder ook leden van het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’ – werd de actie niettemin toch succesvol doorgevoerd.


Toelichting bij de actie door organisator Dirk Luyten (YouTube)

Wordt het Begijnhof een ‘gated community’?

Het Begijnhof, vlakbij de Ossenmarkt in Antwerpen, is een magisch oord van stilte. Kleine huisjes en de Sint-Catharinakerk staan er rond een prachtige tuin, waar de geluiden van de omringende stad nauwelijks te horen zijn – het gezang van de vogels des te meer. De bijzondere boomgaard, de symbolische bloemenpracht, de beelden van Aäron en Melchisedek; allemaal dragen ze bij tot de betovering die uitgaat van dit meditatieoord. Een oord om te koesteren, kortom.

 


De meditatietuin van het Antwerpse Begijnhof

Dit Begijnhof is eigendom van het katholieke bisdom. Geldgebrek bracht het bisdom er toe het hele Begijnhof via een erfpachtovereenkomst over te dragen aan de stad Antwerpen voor de komende 65 jaar. Zoals gewoonlijk droeg de stad op haar beurt het beheer van de site over aan het stedelijk vastgoedagentschap AG Vespa. Dat agentschap kondigde aan de site opnieuw in ere te willen herstellen, door er “een duurzaam woonproject te realiseren, waarmee er op de site betaalbare huurwoningen zullen worden aangeboden aan gezinnen, terwijl ook het historisch erfgoed hoogwaardig gerestaureerd zal worden.” Naar eigen zeggen wil AG Vespa op die manier inspelen “op de snelle bevolkingsgroei, de veranderende gezinssamenstellingen en de nijpende vraag naar betaalbaar huren in de Antwerpse binnenstad.”


Bewoonster Diane Broeckhoven in de steeg van het Begijnhof

Dat er nood is aan zulke renovatie wordt door niemand betwist. Alleen is het de vraag wat er zal gebeuren met de huidige bewoners, quasi allemaal individuele huurders – en dus geen gezinnen. Momenteel huren zij een bescheiden woning tegen een al even bescheiden huurbedrag. De kans is extreem klein dat zij na de renovatie zullen kunnen terugkeren. In elk geval zullen de huurprijzen voor hen veel hoger uitvallen dan vandaag. De huidige bewoners zijn er dan ook vrij zeker van dat het renovatieproject er eigenlijk toe strekt een hekwerkwijk of ‘gated community’ voor kapitaalkrachtige yuppies te scheppen. Een schoolvoorbeeld dus van sociale verdringing. Niet alleen omdat de sociale samenstelling van de bewonersgroep erdoor zou wijzigen, maar ook – en wellicht vooral – omdat de Begijnhoftuin meer dan waarschijnlijk minder makkelijk toegankelijk zou worden.


Steun vanwege het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’

Samen met verschillende stadsdichters beslisten de bewoners dan ook om over te gaan tot protest. Geheel in stijl deden ze dat met een stilteprotest, in het kader van de Erfgoeddag. Uiteraard werd ook deze actie ondersteunt door het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’. Dat comité meent immers dat bestuurders van de stad moeten beseffen wat een van hun kerntaken is: het comfort van hun inwoners veiligstellen door in te staan voor het behoud van betaalbare woningen in een leefbare omgeving.


Protesterende burgers luisteren naar ‘StadsPeter’ Holvoet-Hansen

Tientallen burgers waren op 21 april dan ook aanwezig in de tuin van het Begijnhof – tuin die plechtig omgedoopt werd tot ‘Hofje der Poëten’. ‘StadsPeter’ Holvoet-Hansen zorgde voor een toelichting en bracht een passend minnedicht van de Middeleeuwse begijn Hadewijch van Antwerepn. Performancekunstenaars gaven het protest een vrolijke én inhoudelijke noot.


Performancekunstenaars aan het werk

In een poging de stilte en de geschiedenis van het Begijnhof en van haar tuin te bewaren en publiek toegankelijk te houden, bracht vrije stadsdichter Lies Van Gasse haar kijk naar voor:


Vrije stadsdichter Lies Van Gasse brengt haar ‘Visioen 21.4’

 

VISIOEN 21.4


Ik ga zitten in het stil, het bloeiende stil

met tegenover mij beelden, profeten

die gremelen achter mijn lichtend scherm,

die mij uit vele vensters een vis toewerpen, broden,

die begrijpen wat een ander verstaat,


mijn hoofd dat licht geeft in het smalle donker,

mijn gedachten, soms zo weinig van gewicht,

mijn ogen, vastgeklit in mazen.


Hier zit ik, het stil, het zich herhalende stil,

een ruimte van takken en gras, een groene kapel

vol oude stenen monden.


De kussentjes van de kweeperen zingen.

Stille ogen zorgen voor een stille geest.

We worden gelikt door dromen


en rondom mij groeit een kamer

die we zacht moeten noemen,

die we, mossig en moerbij en peren,

die schors waaruit zij al eeuwen zingt,


die stem die mij aankijkt, een duister

- ze wordt nu met andere ogen gelezen

en op dunnen pootjes loopt ze achter ons aan


De stem wordt een stem in een stem.

De vrouw in de vrouw wordt een andere vrouw.


Haar haar zingt een lied. Ik zing een lied

en er zijn hier geen poorten, geen spijlen.

 

Acties zijn geen eindpunt maar start

Het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’ is ervan overtuigd dat deze beide acties – gevoerd tijdens de Vlaamse Erfgoeddag – broodnodig waren. Tegelijk zijn zij geen eindpunt, maar slechts een start. Het actiecomité zet haar strijd dan ook voort. Wil je daaraan bijdragen? Dat kan op drie manieren:

  • door je naam en e-mailadres door te geven aan het actiecomité, via een mail naar stopuitverkoopantwerpen@gmail.com

  • door een bijdrage (hoe bescheiden ook) te storten op de bankrekening van Stop Uitverkoop Antwerpen op nummer BE32 3632 3720 9702

  • door de Facebook-pagina van het actiecomité ‘Stop Uitverkoop Antwerpen’ mee te promoten bij al je vrienden: https://www.facebook.com/groups/808387377716638/

Samen zorgen we ervoor dat de stad een sociaal weefsel blijft, geen loutere verzameling van gebouwen, maar wel van leven!

woensdag 25 oktober 2023

Gentrificatie: Fijne buurten en thuishavens onder het zwaard van Damocles

De Antwerpse Wolstraat is de slagader van een fijne buurt. Kunstgalerijen, antiekzaken, boekhandels, boetieks, markante kroegen en restaurants trekken er jong en oud. Bewoners vinden het goed toeven in dit historisch centrum van de stad. Goed nieuws dus als deze straat, samen met andere in de omgeving, omgevormd wordt tot een heus woonerf. Alleen, tegen welke prijs?

 

Bonte verzameling kunstenaars

 Op huisnummer 31 bevindt zich het voormalige godshuis Somers. In 1969 werd dit uitgestrekte pand het hoofdkwartier van een bonte verzameling kunstenaars. Helemaal in de geest van het legendarische ‘Mei ‘68’ bestieren ze er sindsdien hun werk en leven collectief. Het pand – eigenlijk een ratjetoe van verschillende huizen rond een grote binnentuin – bood plaats aan woongelegenheden en ateliers voor de beoefenaars van uiteenlopende kunsten. Kunstenaars Marcel De Cleer en Frieda Kuterna wonen en werken er. Destijds inwonende Oscar-winnares Nicole Van Goethem maakte er haar tekeningen en animatiefilms. De alom gewaardeerde vertaalster Monique Nagielkopf werkte er jarenlang aan haar vertalingen van het werk van schrijvers als David Van Reybrouck, Josse De Pauw, Arne Sierens, Jeroen Olyslaegers en talloze anderen. Zanger Ferre Grignard repeteerde er. Modeontwerper Ann Salens naaide er. All-rounder Denis Typhus woonde er tot voor kort, maakte er zijn eerste werken en ontwikkelde er samen met Vaast Colson en Peter Fengler de kunstruimte Pinkie Bowtie. Oudste bewoner en drijvende kracht achter het kunstenaarscollectief Ercola Jean-Claude Block ontving en ontvangt er telkens weer nieuwe generaties, waaronder Meriton Maloku en vele, vele anderen...

 

Ercola

Het ‘Experimental Research Center of Liberal Arts’ of ‘Ercola’, zoals deze gemeenschap algemeen bekend staat, vierde in 2019 haar vijftigjarig bestaan. Deze heuglijke gebeurtenis gaf aanleiding tot een lijvig boek en een gesmaakte tentoonstelling in het MUHKA – het Antwerpse museum voor hedendaagse beeldende kunst, film en beeldcultuur. Helaas werd de feestvreugde toen al getemperd door een dreigend zwaard van Damocles; het zwaard van de sociale verdringing. 

 

Sociaal verhuurde appartementen

Op huisnummer 27 bevindt zich dan weer een gerestaureerd pand, waarin op het gelijkvloers twee winkels gevestigd zijn, terwijl het bij de erboven liggende verdiepingen gaat om sociaal verhuurde appartementen. Ook deze bewoners worden geconfronteerd met hetzelfde zwaard van Damocles.

 

Van OCMW naar AG Vespa

Zowel het Ercola-collectief als de sociale huurders hebben het Antwerpse OCMW als huisbaas. De onderlinge relatie liep lange tijd goed. Zo werd het huurcontract met Ercola om de drie jaar probleemloos verlengd. Enkele jaren geleden werd het patrimonium van het Antwerpse OCMW, net als dat van de stad Antwerpen zelf, echter ondergebracht bij AG Vespa – het verzelfstandigde vastgoedagentschap van stad en OCMW. Als bewoners en gebruikers van dit patrimonium tot overeenstemming trachten te komen met het agentschap blijkt dit in de praktijk vrij moeilijk. AG Vespa verklaart eigenlijk steevast dat haar handen ‘politiek gebonden’ zijn. Dat blijkt ook uit de feiten.

Legaat

Op het adres Wolstraat 31 was oorspronkelijk de vestiging van het ‘Gesticht L.J.J. Somers’. Tot het einde van de negentiende eeuw was dit pand (samen met nummer 27) eigendom van Louis Jean Joseph Somers, wiens naam dus nog steeds op de gevel staat. Deze Antwerpse koopman liet een testament na waarin is opgenomen dat hij de twee panden in de Antwerpse Wolstraat (nummers 27 en 31) nalaat aan de rechtsvoorgangers van het Antwerpse OCMW. Belangrijke voorwaarde is dat de huizen “'altijd een liefdadig doel” moeten dienen en daardoor hun sociale functie moeten behouden. Zoals de website Apache schrijft “waren de gebouwen (lange tijd) ingericht als godshuis, een plek waar armen, zieken en ouderen werden verzorgd. In 1973 nam de groep jonge kunstenaars van vzw Ercola (Experimental Research Center of Liberal Arts) met toestemming van het OCMW zijn intrek in de Wolstraat 31.” In de daaropvolgende quasi 50 jaar werd er zo goed als niets ondernomen door de eigenaar (het OCMW, noch AG Vespa) om het pand te onderhouden. Vandaag wordt door diezelfde eigenaar zelfs het liefdadigheidsbeding met gezwinde spoed onder de mat geveegd.

 

Verloedering?

In 2019 stelde toenmalig schepen voor wonen Fons Duchateau (N-VA) dat “men heeft vastgesteld dat de woning op nummer 31 onveilig is en niet meer bewoond kan worden. Het pand is helemaal uitgeleefd, voldoet onder andere niet meer aan de brandveiligheidsnormen en moet volledig gerenoveerd worden.” De vraag of, hoe en wanneer de restauratiewerken gepland worden, kan tot op heden niet beantwoord worden. Dat er nood is aan renovatie betwist niemand. Alleen: waarom heeft AG Vespa de toestand al die tijd laten verloederen?

 

Drie jaar verder

Ondertussen zijn we drie jaar verder. Sommige leden van het Ercola-collectief beslisten het zekere voor het onzekere te nemen, door te verhuizen. Anderen verkozen zo lang mogelijk te blijven. De kunstateliers blijven wel nog in gebruik. Vraag is voor hoelang nog?

 

Woonerf en hakbijl

In uitvoering van het Antwerpse bestuursakkoord tussen N-VA, Vooruit en OpenVLD werden onlangs de werken opgestart om de gehele Wolstraat (samen met de Korte Nieuwstraat en de Eiermarkt) om te vormen tot woonerf. Tegelijk kreeg het Ercola-collectief te horen nog maximaal een jaar in het pand te kunnen blijven. Daarna valt onherroepelijk de hakbijl – het zwaard van Damocles. Hetzelfde geldt voor de bewoners van de sociale huurappartementen in huisnummer 27. 

 

Renovatie maakt duurder

Deze omvorming tot woonerf zal ongetwijfeld de vastgoedprijzen van er gelegen panden in waarde doen toenemen. De kans voor bewoners en gebruikers om na de daadwerkelijke realisatie van het woonerf en de renovatie van de gebouwen tegen dezelfde voorwaarden terug te kunnen keren naar hun historische pand is daardoor zo goed als onbestaande. “Het is inderdaad een mogelijke uitkomst dat het pand na renovatie duurder op de markt zal worden gebracht”, bevestigde Duchateau in 2019 aan de Gazet van Antwerpen. 

 

Gentrificatie

Dit alles illustreert de door het stadsbestuur gemaakte keuze tot gentrificatie. Volgens Wikipedia is gentrificatie “een proces van opwaardering van een buurt of stadsdeel op sociaal, cultureel en economisch gebied, het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners/gebruikers en de daarmee gepaard gaande verdrijving van de lagere klassen uit het stadsdeel. De opwaardering gaat gepaard met een stijging van de prijzen voor onroerend goed en de huurprijzen.” Dat is precies wat zich in de Wolstraat aan het afspelen is.

 

Steevast in het nadeel van huurders

Overigens zijn niet alleen bewoners en gebruikers van de panden in de Wolstraat hier slachtoffer van. Hetzelfde fenomeen doet zich bijvoorbeeld ook voor bij ‘Onder Stroom’, “een thuishaven voor velen, waar creatieve vrijbuiters werken, creëren en verbinden.” Ook bij dit tijdelijk initiatief gaat het om een oud en slecht geïsoleerd pand, beheerd door AG Vespa, waarvan de huur onlangs werd opgezegd. ‘Onder Stroom’ meent dat “het legale stelsel voor huurcontracten van tijdelijke invulling totaal in het nadeel is van de huurder.” Ook hier gelden de ijzeren wetten van de gentrificatie..

 

Politieke en sociale moed?

Het is niet nodig gekant te zijn tegen renovatie of opwaardering op zich. Wel is het nodig gekant te zijn tegen sociale verdringing, zoals die gepaard gaat met dit proces van gentrificatie. Deze vorm van sociale verdringing is namelijk geen onvermijdelijke natuurwet. Een warmere aanpak is absoluut mogelijk en gewenst. Een aanpak die blijk geeft van respect voor de historische continuïteit voor bewoners van fijne buurten (zoals de Wolstraat en omgeving), net als voor thuishavens voor creatieve vrijbuiters (zoals Ercola en ‘Onder Stroom’). Er is nog tijd om dit onzalige tij te keren. Het enige wat ontbreekt is een stevige dosis politieke en sociale moed. Het stadsbestuur dient onverwijld te kiezen voor zulke moed!

 

*Under Siege*

In afwachting van dergelijke keuze blijven bewoners en gebruikers van het pand Wolstraat 31 gelukkig wel niet bij de pakken zitten. Onder de noemer ‘Ercola VZW *Under Siege*’ organiseren zij zich volop. Allereerst – zoals het kunstenaars past – met een tentoonstelling, die zal doorgaan op de adressen Wolstraat 31, 34 en 39, vanaf donderdag 2 november (17u) tot en met 12 november 2023 (telkens van 11 tot 18u).


 

De ‘ercolieters’ publiceren ook een blog, dat je kan raadplegen via deze link: https://ercolavzw.blogspot.com/

Ook op Facebook kan je hen terugvinden: https://www.facebook.com/groups/151770084280657/

 

Oproep tot vorming actiecomité

Ook voormalig gemeenteraadslid Johan Bijttebier liet van zich horen, met een oproep tot vorming van een actiecomité:

"Het centrum van de Antwerpse binnenstad lijkt stilaan te veranderen in een bordkartonnen decor, een persiflage van het verleden en een karikatuur van zichzelf. Het sociaal weefsel van de stad wordt aan flarden gescheurd, er ontstaat een monofunctionele zone voor kantoren, uitgangshoreca en winkels." Aldus beschreef journalist Georges Timmerman de toestand van A in zijn boek uit 1994 , ‘De Uitverkoop van Antwerpen’. Boek dat nog niets van actualiteit heeft verloren.

Het kapen van de binnenstad door de oligarchen van de immobiliën gaat onverminderd door.

De stadsfeestzaal, de Handelsbeurs, het operacafé Gustav, het 14de-eeuwse klooster en ziekenhuiscomplex Elzenveld, de mislukte privatisering van de doorgangsweg aan de Botanic Hotel, ...

Het Maagdenhuis in 2O24 in privéhanden?

Zal het stadstheater ontsnappen aan de greed van de immobiliën om op deze populaire locatie… peperdure appartementen neer te plempen?

Ondertussen wordt het hart van alternatief Antwerpen midscheeps getroffen : Ercola !

Men treft ons in de ziel. en het hart.

Er zijn grenzen aan de hebzucht en de greed.

Er moet plaats zijn voor de ganse gemeenschap en de kunstenaars, die daar wonen.

Deze maal is de grens van het bouw-fatsoen overtreden.

Wij zijn geen masochisten. Wij gaan de strijd aan.

Ik roep op tot de stichting van een breed gedragen actiecomité van alle strekkingen in de stad om Ercola te redden en te eisen dat het stadsbestuur of de verantwoordelijke schepen de juridische afspraken respecteert. Wij vragen bij dezen aan alle leden van de Antwerpse Gemeenteraad in de meerderheid en de oppositie om stelling in te nemen. Wij vragen hen niet toe te staan dat dit doorgaat en wij zullen hen publiekelijk en in persoon uitnodigen hun standpunt als vertegenwoordiger van de stad mede te delen. De uitverkoop van Antwerpen moet nu stoppen. Het voorbestaan van Ercola is een duidelijk signaal aan de geldzucht van promotoren. Wij leven hier ook. Daarom herhaal ik bij dezen, soeverein, in eigen naam maar in het volste vertrouwen, tot oprichting van een comité tot behoud van Ercola.” 

Met plezier sluit ik mij aan bij deze oproep. Jij ook? Stuur dan een mail naar: 

stopuitverkoopantwerpen@gmail.com 

Bedankt alvast!

woensdag 22 mei 2019

Parlementsverkiezingen 2019

“De meest radicaal-linkse kandidaat op welke lijst dan ook!”



Bij de verkiezingen op 26 mei ben ik, Peter Veltmans, opnieuw kandidaat. Je kan me vinden als 6de opvolger op de PVDA-lijst voor het federale parlement in de provincie Antwerpen. Op die plaats sta ik als verruimingskandidaat van SAP – Antikapitalisten. Samen met kameraden en vrienden verdelen we een bescheiden folder met inhoudelijke standpunten en een affiche. Tijdens de campagne mocht ik al veel bemoedigende woorden horen (wat mij en mijn kameraden uiteraard plezier doet). Soms zijn er echter ook vragen, al dan niet met gefronste wenkbrauwen. Dat was bijvoorbeeld het geval na de publicatie in de krant De Standaard van een groot artikel, waarin werd opgemerkt dat de PVDA in haar campagne niet meer spreekt over de klassenstrijd. Jij bent toch een radicale antikapitalist? Wat sta je dan te doen op een PVDA-lijst met een al bij al gematigd programma? Hieronder een poging om op dergelijke vragen te antwoorden.

Politiek akkoord

Begin dit jaar werd er een politiek akkoord gesloten tussen nationale verantwoordelijken van de PVDA en van SAP – Antikapitalisten. Krachtens dit akkoord kon SAP – Antikapitalisten kandidaten voordragen voor de lijsten van de PVDA in Vlaanderen. Het gaat daarbij om verruimingskandidaten. Dat betekent dat deze kandidaten hun eigen campagne voeren, met eigen materiaal en – uiteraard – ook met eigen, inhoudelijke voorstellen.

Antikapitalistische opvattingen

Dat is dus de reden waarom ik in de provincie Antwerpen opkom als verruimingskandidaat op de PVDA-lijst voor het federale parlement, met een eigen programma. Dit programma is opgebouwd vanuit antikapitalistische opvattingen. In die zin gaat het (soms veel) verder dan het programma dat de PVDA zelf verdedigt in deze campagne. Het is daarom dat de Antwerpse vrije zender Radio Centraal mij recent vernoemde als "de meest radicaal-linkse kandidaat op welke lijst dan ook". Maar hoe ziet dat programma er precies uit? En wat maakt het dan zo ‘radicaal’?

Een beter leven voor iedereen


Het programma dat ik verdedig is opgebouwd uit meerdere lagen of treden. Het vertrekt van de laag of trede van de directe, persoonsgebonden belangen van de werkende mensen. Dat zijn om zo te zeggen de onmiddellijke eisen, die er op gericht zijn een beter leven te bekomen voor iedereen. Denk daarbij aan arbeidsduurverkorting, gelijk loon voor gelijk werk, het schrappen van de wet op de loonblokkering, het instellen van een minimumloon van 14 € bruto per uur, een minimaal pensioen van 1500 € netto per maand en het schrappen van de verhoging naar 67 jaar van de pensioenleeftijd.

Meer sociale zekerheid

Vervolgens gaan we een trapje hoger, naar de meer collectieve belangen van de werkende bevolking. Die collectieve belangen hangen meer bepaald samen met de sociale zekerheid en de openbare diensten. Een centrale kwestie is bijvoorbeeld de onderfinanciering van de sociale zekerheid. Die onderfinanciering is met name het gevolg van de tsunami aan cadeaus die de patroons de afgelopen jaren mochten ontvangen onder de vorm van zogenaamde ‘lastenverlagingen’. De patroons doen het voorkomen alsof die patronale lasten (die zij moeten doorstorten naar de sociale zekerheid) een soort van belasting zijn, die zij zelf moeten ophoesten. Dat is echter niet het geval. De ‘patronale lasten’ vormen eigenlijk een deel van het loon van de werknemers; een gecollectiviseerd loon, zeg maar. Dankzij de aan de patroons toegekende lastenverlagingen wordt dat deel van het arbeidsloon niet meer uitgekeerd aan de sociale zekerheid. De patroons steken dat deel van het loon van hun werknemers gewoon… in eigen zak! Eigenlijk gaat het om pure diefstal. Niet alleen zorgt dit voor dalende inkomsten voor de sociale zekerheid (en daarmee ook voor nieuwe besparingen en aanvallen op werklozen, zieken en gepensioneerden). Het zorgt er vooral voor dat de winsten van de bedrijven en aandeelhouders erdoor verhoogd worden, ten nadele van de werknemers. De (liberale) econoom Paul De Grauwe noemt dit dan ook terecht: een verdere herverdeling ten voordele van de kapitaalbezitters.

Investeren in betere openbare diensten

Maar er is meer. Want tegelijk is er een wereldwijde race to the bottom aan de gang op het vlak van de belastingen aan de overheid die bedrijven moeten betalen onder de vorm van vennootschapsbelastingen. Overal worden die vennootschapsbelastingen verlaagd. Ook in België moeten bedrijven niet langer + 34% vennootschapsbelasting betalen, maar slechts 18%. Een voornemen dat overigens niet eens voorkwam in het regeerprogramma! Officieel zou deze verlaging budgetneutraal zijn, enerzijds door het schrappen van allerlei fiscale gunstregimes en anderzijds door het efficiënter maken van de openbare diensten. Van het schrappen van fiscale gunstregimes is niet veel in huis gekomen. Het efficiënter maken van de openbare diensten betekende dan weer vooral het doorvoeren van besparingen. Dat is de ware reden waarom zoveel openbare diensten steeds minder goed zijn in het verzekeren van hun dienstverlening. Als er slecht openbaar vervoer is, dan komt dat vooral door de eindeloze reeks besparingen die doorgevoerd werden bij De Lijn en bij het spoor. Als gedetineerden in mensonwaardige omstandigheden worden gevangen gehouden, dan is dat niet de schuld van stakende cipiers, maar wel van de aanhoudende besparingen. We moeten dan ook precies het omgekeerde doen: de verlaging van de vennootschapsbelasting ongedaan maken en opnieuw massaal investeren in de openbare diensten.

Versterk de democratie


De derde laag of trede van mijn programma betreft de democratische rechten en vrijheden. Deze staan overal in de wereld onder druk – onder meer ten gevolge van autoritaire ‘illiberale’ leiders als Poetin in Rusland, Duterte in de Filipijnen, Orban in Hongarije, Kacscinsky in Polen en Trump in Amerika. Ook in België staan de vrijheden onder druk. De Liberalen (?) van OpenVLD willen bijvoorbeeld een voorwoord (‘preambule’) toevoegen aan de Grondwet. Zogenaamd om meer nadruk te kunnen leggen op ‘onze’ ‘normen en waarden’. In werkelijkheid willen ze vooral de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van godsdienst en van godsdienstbeleving (!) beperken. Ze spelen daarmee in op de ongemakkelijke houding van sommige lagen van de publieke opinie ten aanzien van de Islam. Tegelijk versterken ze zo de aanhoudende islamofobe campagnes van rechts en uiterst-rechts. Vooral echter vergeten deze ‘liberalen’ dat de vrijheid van meningsuiting letterlijk voortgekomen is uit de bescherming van de vrijheid van godsdienstbeleving. Precies in de Lage Landen (waaronder ook België), met een lange en bloedige geschiedenis van godsdienstoorlogen, zouden we ons daar maar beter goed bewust van zijn.

Bescherm de vrijheden

Andere uitingen van de druk die uitgeoefend wordt op democratische rechten en vrijheden zijn het verplicht doen opnemen van een vingerafdruk op de identiteitskaart, het mogelijk maken van niet vooraf door een rechter toegestane huiszoekingen, het systematisch organiseren van razzia’s in een  klopjacht op mensen zonder papieren en het opleggen van kledingvoorschriften aan personeelsleden van openbare diensten. Tegelijk blijven de verkozenen des volks in veel gevallen zo goed als onaantastbaar. Als zij zich niet houden aan het programma waarop ze verkozen werden, kunnen ze ongestoord verder genieten van hun niet onaanzienlijke voordelen. In het programma dat ik verdedig wordt bepleit de aanvallen op de democratische rechten en vrijheden ongedaan te maken en/of te blokkeren en tegelijk ook om een afzetbaarheidsprocedure in te voeren voor verkozenen die zich niet houden aan hun eigen beloften.

Red het klimaat

De vierde laag of trede in mijn programma draait rond de uitdaging van de ecologische en klimaatcrisis.  In de eerste plaats dient de productie van nutteloze en schadelijke producten – in de eerste plaats de productie van wapens! – verboden te worden. Ook het bewust produceren van te snel verslijtbare goederen dient verboden te worden. Daarnaast is het duidelijk dat woningen en gebouwen zoveel en zo goed mogelijk geïsoleerd moeten worden, zodat het energieverbruik ervan drastisch kan dalen. Het kan echter niet zo zijn dat de bewoners en/f de gebruikers van gebouwen zelf moeten opdraaien voor de kosten ervan! Evenmin mag dit een zoveelste melkkoe worden voor private bedrijven. Daarom stel ik voor dat er openbare bedrijven worden opgericht voor isolatie en renovatie van woningen en gebouwen. Dankzij de hierboven vermelde herfinanciering van de openbare diensten kan er eindelijk ook gewerkt worden aan de uitbouw van degelijk en gratis openbaar vervoer, zodat de verkeerscongestie en de ermee samenhangende luchtvervuiling kan verminderd worden. De samenleving kan niet verder blijven teren op fossiele brandstoffen. Deze energieomslag overlaten aan de mechanismen van de zogenaamde ‘vrije’ markt zal ons daarbij niet helpen. Er moet integendeel worden ingezet op een snelle, planmatige overgang naar 100% hernieuwbare energie. Daartoe moeten we niet meer inzetten op levensgevaarlijke kerncentrales, maar wel op de onteigening en socialisering van de energiesector.

Voor een krachtig verzet

Dit programma zal nooit verwerkelijkt kunnen worden door louter te rekenen op gunstige verkiezingsuitslagen. Daarvoor zijn de machten en krachten die het vandaag voor het zeggen hebben veel te machtig. Er is dan ook nood aan een machtige strijdbeweging om op te komen voor deze eisen. In de opbouw van zo’n strijdbeweging vertrekken we wel niet van nul. Klimaatbetogers, asielzoekers, mensen zonder papieren, feministen en vakbonden vormen elk op zich gemobiliseerde groepen van solidaire mensen. Het komt erop aan hen te verenigen! Daarom bepleit de vijfde laag of trede in mijn programma het samenbrengen van de uiteenlopende strijdbewegingen doorheen een enkel, antikapitalistisch actieplan. De motor voor zo’n antikapitalistisch actieplan is op zich ook reeds voorhanden. Die motor bestaat uit de verschillende radicaal-linkse organisaties die ons land rijk is, met de PVDA voorop. Er is echter meer – veel meer! – samenwerking en ook onderling debat nodig om deze linkse eenheid vorm, samenhang en geloofwaardigheid te geven. Dit lijkt misschien voor de hand liggend. Helaas moet de blijvende wil tot linkse eenheid en samenwerking  toch uitgedrukt en onderstreept worden. Zo werd spijtig genoeg – ondanks het akkoord tussen PVDA en SAP – Antikapitalisten! – de kandidatuur van mijn vriend en medestander Thomas Weyts voor de Oost-Vlaamse parlementslijst door de lokale PVDA niet aanvaard. Helaas zijn er dus blijkbaar her en der nog steeds overblijfselen van kortzichtig sektarisme en/of stalinisme aanwezig. Hopelijk gaat het daarbij enkel om een accident de parcours, dat zich in de toekomst niet meer zal herhalen. Want het is overduidelijk niet op zo'n manier dat de belangen van de werkende klasse in haar geheel het best gediend worden! Het mag verder ook duidelijk zijn dat het verwezenlijken van duidelijke, antikapitalistische eisen absoluut onmogelijk is door in te treden in coalities met neoliberale, pro-kapitalistische partijen. Dergelijke coalities (zoals momenteel in de stad Antwerpen) moeten volstrekt verworpen worden!

Haal het geld waar het zit


Het mag duidelijk zijn dat het verwezenlijken van dit programma geld gaat kosten. De vraag is dan ook waar dat geld gehaald gaat worden. Op dat vlak zijn er eerst en vooral een paar belangrijke beslissingen die moeten afgedwongen worden. Denk maar aan het volledig afschaffen van het bankgeheim en de invoering van een vermogenskadaster. Dankzij die beide maatregelen zouden we eindelijk zicht kunnen krijgen op de veelal verborgen vermogens van de allerrijksten. Vervolgens kunnen we beginnen aan het afbouwen en/of afschaffen van de zogenaamde ‘regressieve belastingen’. Dat zijn belastingen met een gelijk percentage voor iedereen, terwijl de inkomens echter niet voor iedereen gelijk zijn. Denk aan boetes, maar vooral ook aan de BTW en de accijnzen. Om sociale redenen dient alvast de BTW op energie opnieuw verlaagt te worden van 21% naar 6%. Maar dat mag maar een eerste stap zijn. De BTW en alle andere regressieve belastingen dienen simpelweg afgeschaft te worden. In de plaats daarvan moet er een versterkte progressieve belasting worden doorgevoerd op de gezamenlijke en reële inkomsten. Dat zou betekenen dat wie rijk is ook echt meer bijdraagt, zodat de sterkste schouders ook daadwerkelijk de zwaarste lasten dragen. Voor de lagere inkomens zou dit een serieuze belastingverlaging met zich mee brengen.

Doorlichting van de overheidsschuld

Ondanks al deze maatregelen zal er echter nog steeds een molensteen rond de nek van de samenleving blijven hangen: de molensteen van de overheidsschuld. Om daaraan te verhelpen stel ik voor die overheidsschuld van naderbij te bekijken. Hoe zijn deze schulden er gekomen? Wie was ervoor verantwoordelijk? Wie heeft er baat bij gehad? Ik bepleit dus een doorlichting van de overheidsschuld. Het is mijn overtuiging dat al heel snel zal blijken dat grote delen van deze overheidsschuld er gekomen zijn om grote kapitaalgroepen en holdings ter hulp te schieten met gemeenschapsgeld. Dat is zeker en vast gebeurd ten tijde van de financiële crisis in 2007-2008. De banken werden toen gered met gemeenschapsgeld, zonder dat de er ook maar één verantwoordelijke voor zijn speculatieve winstzucht naar de gevangenis moest. Maar er is meer. Want ook in de jaren 1970-1980 werden de winsten van de eigenaars van steenkoolmijnen, staalfabrieken en scheepsbouwbedrijven veiliggesteld op kosten van de gemeenschap. De zogenaamde ‘sanering’ van deze ‘nationale sectoren’ gebeurde dan ook met geleend geld. De schulden die op die manier werden opgebouwd, kwamen dus niet de samenleving, maar wel de kapitaalbezitters ten goede. Daarom gaat met om niet-legitieme schulden. Dergelijke schulden dienen geschrapt te worden.

Een antikapitalistische crisisbelasting

Ten tweede is het zo dat de meest kapitaalkrachtige inwoners van België tientallen jaren lang ongestraft hebben kunnen profiteren van dit verwerpelijk systeem. Het komt er op aan hen de rekening te presenteren. Dat kan door het invoeren van wat wezenlijk een  onteigeningsbelasting is: een eenmalige, antikapitalistische, progressieve belasting op het vermogen van de 10% allerrijkste inwoners van België. Dergelijke belasting kan in een klap 178 miljard euro opbrengen. Met die opbrengst kan de resterende overheidsschuld afgekocht worden en kunnen de talrijke sociale noden en verzuchtingen, zoals die hierboven werden opgesomd, worden ingelost.

Geef een voorkeurstem

Om al deze redenen is het programma, dat ik als verruimingskandidaat van SAP – Antikapitalisten verdedig, dan ook inderdaad het meest radicaal-linkse programma van welke kandidaat dan ook.
Daarvoor vraag ik uw steun. Geef een voorkeursstem voor Peter Veltmans, zesde opvolger op de PVDA-lijst voor de federale kamer in de provincie Antwerpen. Waarvoor mijn dank.