zondag 16 september 2018

Mijn deelname aan Doe de denktest!

Het Links Ecologisch Forum (LEF) is een partijoverschrijdende beweging, die geen lijsten neerlegt bij de verkiezingen. In het kader van de komende gemeenteraadsverkiezingen willen zij via hun website aan de kritische lezer informatie verstrekken die wellicht minder aan bod komt in folders of in de media, zonder evenwel een stemadvies te geven. Zij hopen zo hun lezers in staat te stellen met kennis van zaken een weloverwogen stem uit te brengen. Deze oefening noemt LEF Doe de denktest!, met een knipoog naar de toenmalige VRT-show Doe de stemtest. Het is in dat kader dat ik een uitgebreide vragenlijst van LEF heb beantwoord. Mijn dank voor dit initiatief! Hieronder vind je het grootste deel van mijn antwoorden op hun vragen (door mezelf aangevuld met enkele doorverwijzingen of links).


Personalia

Peter Veltmans bekleedt de 46ste plaats op de PVDA-lijst voor de gemeenteraad van Antwerpen. Hij is verruimingskandidaat namens SAP – Antikapitalisten (SAP = Stroming voor een Antikapitalistisch Project). Peter is 58 jaar oud en actief als vakbondsmilitant voor de ACOD bij de FOD Financiën.  

Wat is je affiliatie?

Ik ben een individueel kandidaat, die opkomt als verruimingskandidaat in het kader van een afspraak tussen de PVDA en de SAP.

Hoe bent u tot uw huidig politiek engagement gekomen?

Sinds mijn 15de levensjaar ben ik politiek actief vanuit een marxistisch, antikapitalistisch gedachtegoed. Het begon voor mij bij de Socialistische Jonge Wacht, destijds (in 1975) de jeugdorganisatie van de Revolutionaire Arbeidersliga (RAL), de voorloper van de huidige SAP. Een jaar later trad ik toe tot de RAL, terwijl ik tegelijk actief bleef meewerken met de SJW. Doorheen de SJW was ik in het begin van de jaren ‘80 betrokken bij de Jongerenmarsen voor Werk en bij de agitatie tegen de plaatsing van kernwapens in België. Beide thema’s ontmoetten elkaar in de slogan Weg die Bommen, Werk Verdomme! De SJW was tegenstander van het toentertijd enigszins populaire ‘totaalweigeren’ (van leger- en burgerdienst) en voorstander van antimilitaristische agitatie binnenin het leger, wat ik ook concreet heb helpen maken tijdens mijn legerdienst. Na het voltooien van mijn middelbare studies en het volbrengen van mijn legerdienst werd ik actief in de vakbeweging. Zo werd ik vakbondsafgevaardigde voor de ACOD (de socialistische overheidsvakbond), eerst bij de stad Antwerpen, daarna voor korte tijd bij de Regie der Posterijen en tenslotte (en tot op heden) bij de Federale Overheidsdienst Financiën. In het begin van de jaren ‘90 ontstonden er steeds meer breuklijnen tussen vakbondsmilitanten en lokale activisten aan de ene kant en de sociaaldemocratische partij (toen nog SP) aan de andere kant. Dit kwam bijvoorbeeld tot uiting in het conflict over het zogenaamde Globaal Plan van de toenmalige rooms-rode regering. Toen dit plan uiteindelijk goedgekeurd werd in het parlement – zonder ook maar één enkele socialistische tegenstem – gingen verschillende syndicalisten op zoek naar een politiek alternatief. In Antwerpen kwam Patsy Sörensen, SP-gemeenteraadslid en bezielster van Payoke (hulporganisatie voor prostituees), ondertussen steeds meer op ramkoers te liggen met de lokale ‘baronnen’ van de SP. Een relatief brede laag van Antwerpse jongeren en buurtactivisten zocht ook naar een politieke uitweg, aangevuurd door hun afkeer van het groeiende succes van het fascistische Vlaams Blok. Het belangrijkste probleem in de stad Antwerpen was in die tijd de omvang van de stedelijke schuldenlast en de vraag hoe die kon worden aangepakt: door besparingen op de dienstverlening of door de bankiers en renteniers ervoor te laten opdraaien? In een opiniestuk in de krant De Morgen – onder de titel Pleidooi voor een Ommekeer in Antwerpen – werd deze kwestie van de schuldenlast door mij verbonden met het groeiende ongenoegen over het ontbreken van socialistische antwoorden op de maatschappelijke uitdagingen. Na talrijke contacten met zeer velen werd uiteindelijk de Beweging voor Sociale Vernieuwing (BSV) opgestart, met een programma dat sterk door mijzelf werd beïnvloed. Mede door de inzet van Tom Lanoye kwam er een electoraal akkoord tot stand tussen de BSV en Agalev (voorloper van het huidige Groen). De gemeenteraadsverkiezingen van 1993 bezorgden deze feitelijke kartellijst met zeven zetels (waarvan 3 voor kandidaten van de BSV) een eclatante overwinning. Helaas werd deze overwinning niet aangewend om de BSV in de diepte uit te bouwen tot een maatschappelijke kracht. In plaats daarvan werd gekozen voor integratie in de bestaande machtsstructuren en daarmee ook voor aanvaarding van de nefaste besparingslogica. Zoals te verwachten viel, betekende dit algauw het einde van dit unieke, progressieve experiment. In de jaren die volgden was ik meermaals betrokken bij nieuwe pogingen om te komen tot een politiek alternatief aan de linkerzijde, gaande van het Comité voor een Andere Politiek tot Rood! Ondanks aanzienlijke inspanningen leverde geen van deze pogingen substantiële resultaten op. In 2013 kwam er echter opnieuw een window of opportunity. Onder impuls van het bestuur van het ABVV-gewest van Charleroi opende de Partij van de Arbeid (PVDA) de mogelijkheid tot een zekere verruiming. Dit leidde tot het indienen van lijsten in Franstalig België onder de noemer PTB-GO! – waarbij GO! stond voor ‘Gauche d’Ouverture’. Mee dankzij deze opening behaalde de PVDA in Franstalig België niet één, maar twee parlementszetels in de verkiezingen van 2014. Langs Nederlandstalige kant ging de opening vanwege de PVDA niet zover. Niettemin stonden er ook in Vlaanderen verruimingskandidaten van de SAP op verschillende verkiezingslijsten van de PVDA. Deze kandidaten (waaronder ikzelf) behaalden een bescheiden, maar tegelijk ook respectabel aantal stemmen. Bij de voorbereidingen voor de campagne van de huidige gemeenteraadsverkiezingen herhaalde het scenario van 2013-2014 zich helaas niet. Terwijl de PVDA deze keer in Franstalig België niet meer openstond voor verruimingskandidaten, was dit in Vlaanderen wel het geval. In uitvoering van een akkoord tussen de SAP en PVDA verkreeg ik daardoor de 46ste plaats op de PVDA-lijst voor de gemeenteraad van Antwerpen.  

Wat moet er volgens u gebeuren inzake de volgende thema’s?

Woningproblematiek

In Antwerpen kunnen zowel huurders als kopers nauwelijks nog een betaalbare woning vinden. Om daaraan te verhelpen moeten twee dingen gebeuren: het afkoelen van de woningmarkt en het verhogen van het huuraanbod. Beide doelstellingen kunnen bereikt worden door het aantal sociale woningen drastisch op te drijven. Er moet dan ook absoluut een einde komen aan de bouwstop van sociale woningen, die het huidige rechtse stadsbestuur heeft ingesteld (te meer gezien de verwachte groei van de bevolking). Mijn voorstel is om met 10.000 nieuwe sociale woningen een inhaalbeweging te maken, na zes jaar schandelijke stilstand. De recente ontploffing van een heel appartementsblok (op de Paardenmarkt) ten gevolge van verwaarloosde gasleidingen vestigt daarnaast eens te meer de aandacht op het probleem van de huisjesmelkers – verwerpelijke profiteurs van arme mensen. Daarom pleit ik ervoor de eigendommen van deze huisjesmelkers te onteigenen – zonder schadeloosstelling. De renovatie van de aldus bekomen eigendommen dient ook te gebeuren op hun kosten. Ze hebben zich lang genoeg kunnen verrijken.

Leefmilieu

De kwestie van het leefmilieu hangt in Antwerpen nauw samen met de mobiliteitsproblematiek. Die kwestie – die zich onder meer uitdrukt in fileleed, maar ook in luchtvervuiling met fijn stof en in geluidsvervuiling – kan slechts opgelost worden met een alomvattende aanpak. Het is de verdienste van actiegroepen zoals Ademloos, StRaten-Generaal en Ringland dat zij daarrond brede lagen van de bevolking hebben kunnen sensibiliseren en mobiliseren. Die mobilisatie is ondertussen uitgemond in een compromis tussen de actiegroepen, de stad en het Vlaams Gewest. Of dat compromis afdoende zal zijn, zal in de toekomst moeten blijken. Dat wil wel niet zeggen dat er ondertussen niets meer kan gebeuren. Zo moeten de verkeersprioriteiten omgedraaid worden: eerst stappen, dan trappen, daarna het openbaar vervoer ontwikkelen en pas dan en voor zover echt nodig plaats geven aan de auto. Daartoe is het nodig te investeren in voet- en fietspaden én in openbaar vervoer. Zo kunnen we eindelijk ook zorgen voor de uitbouw van openbaar vervoer in, naar en binnen de haven van Antwerpen. Tegelijk kunnen de stiefmoederlijk bedeelde noorderdistricten (Berendrecht, Zandvliet en Lillo) eindelijk aangesloten worden op het openbaar vervoersnetwerk. Tram en bus dienen ook gratis gemaakt te worden voor iedereen – wat geen enorm probleem hoeft te zijn, aangezien de historische Antwerpse stadsschuld ondertussen volledig werd terugbetaald. Tenslotte is het verkieslijk dat er een lokaal openbaar vervoersbedrijf opgericht wordt, waardoor minder bureaucratisch, sneller en efficiënter kan ingespeeld worden op de lokale noden, zonder beroep te moeten doen op door winstbejag gemotiveerde vervoersbedrijven.  

Lokale economie, tewerkstelling en onderwijs

De bevolking van de stad Antwerpen zal de komende zes jaar naar verwachting groeien met meer dan 30.000 nieuwe en voornamelijk jonge inwoners. Deze nieuwe stedelingen brengen een verhoogde nood met zich mee aan crèches, scholen en leerkrachten. Tegelijk blijft de werkloosheid – en dan vooral de jeugdwerkloosheid – in Antwerpen de hoogste van het Vlaams Gewest. Vandaar mijn pleidooi voor substantiële investeringen in nieuwe crèches, scholen en in leerkrachten. Samen met de bouw van 10.000 sociale woningen en mits een doorgedreven aanpak van racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt, kunnen we zo meerdere vliegen in één klap slaan: de stedelijke economie stimuleren, de (jeugd)werkloosheid verminderen en de vorming en daardoor weerbaarheid van velen verbeteren. Daarnaast is het ook nodig om een einde te maken aan de afbouw van de tewerkstelling bij stad en OCMW. Er moet opnieuw ingezet worden op het uitbouwen van de stads- en OCMW-diensten doorheen de aanwerving van nieuw personeel.

Privatisering van gemeentelijke diensten

De afgelopen zes jaar heeft het rechtse stadsbestuur verschillende recepten van wijlen Margareth Thatcher overgenomen en uitgeprobeerd. Zo heeft ze het systeem van de ‘tenders’ ingevoerd – een soort openbare aanbesteding waarop dienstverlenende organisaties maar ook bedrijven konden inschrijven om een bepaalde dienst te mogen leveren. Vooralsnog is het stadsbestuur er niet in geslaagd op die manier de sociale dienstverlening toe te wijzen aan private, op winst beluste ondernemingen. Maar tegelijk zet ze zo wel sociale organisaties (inzake woon- en gezondheidszorg, samenlevingsopbouw, enz.) onder druk om steeds ‘goedkoper’ te functioneren, met minder personeel en daardoor ook minder kwalitatieve dienstverlening. Ik pleit ervoor om deze tender-procedures af te schaffen, de verschillende organisaties die instaan voor sociale dienstverlening te (her)integreren in het OCMW én ditzelfde OCMW opnieuw onafhankelijk te maken van het stadsbestuur. De sociale noden die het OCMW moet lenigen, mogen niet ingeperkt worden omwille van boekhoudkundige redenen! Zeker niet omdat de armoede ook in Antwerpen blijft toenemen. Het is dan ook het OCMW dat geactiveerd moet worden – NIET de armen.

Opvang van asielzoekers en migranten

Het huidige rechtse stadsbestuur heeft een triest palmares opgebouwd van steeds heviger stigmatiserende en discriminerende maatregelen. Bevolkingsgroepen werden tegen elkaar opgezet – zoals Joden tegenover Berbers. Uitbaters van nachtwinkels kregen een draconische ‘taks op imago-verlagende activiteit’ opgelegd. Wie als moslima voor stad of OCMW wil werken, mag geen hoofddoek dragen. Tegelijk gedraagt de politie zich meer en meer als een bezettingsmacht, die ook actief op jacht gaat naar mensen zonder papieren (wat bovendien ook gepaard gaat met ontsporingen, zoals de afpersingsmethodes van de zogenaamde ‘bende van Mega Toby en Sproetje’, een verzameling van nog steeds niet veroordeelde politieagenten). Ik pleit er dan ook voor om gastvrij zijn voor wie er nood aan heeft door de jacht op vluchtelingen stop te zetten en door een einde te maken aan de stigmatisering en discriminatie van migranten.

Internationale samenwerking (vredes- en ontwikkelingsbeleid, handel, investeringen,…)

De stad is geen eiland, niet in het land en niet in de wereld. Zij moet en kan een actieve rol opnemen als motor van vooruitgang. Daarom vind ik dat de stad solidair moet zijn met elke strijd van onderdrukten voor hun eigen emancipatie. Bij wijze van voorbeeld kan Antwerpen mee het voortouw nemen in de zogenaamde BDS-campagne – BDS staat voor Boycot, Desinvestering en Sancties – tegen de zionistische apartheidsstaat Israël. In plaats van te verzusteren met de Israëlische havenstad Haifa, zou men beter verzusteren met bijvoorbeeld het Palestijnse Gaza en/of Ramallah.

Gemeentelijke democratie

Eigenlijk draait heel mijn visie rond democratie. Als we de kloof tussen burger en maatschappij echt willen dichten, dan komt het erop aan iedereen te emanciperen. Om te beginnen moeten zoveel mogelijk mensen bevrijd worden van de soms al te naakte strijd om het bestaan, door hun kansen op werk, opleiding en ontspanning substantieel te vergroten. Dan moeten we echter wel de kans krijgen om daartoe een aangepaste politiek te ontwikkelen. Helaas is dat niet gegarandeerd. Zo moeten beslissingen van de gemeenteraad nog altijd goedgekeurd worden door de voogdij van provincie en Vlaamse regering, die blijven zweren bij neoliberale besparingen. De gemeenteraad heeft overigens op zich al weinig te zeggen en de districten nog veel minder. Daarom pleit ik ervoor de voogdij om te draaien, zodat beslissingen van de Vlaamse regering en/of van het provinciebestuur moeten goedgekeurd worden door een meerderheid van de gemeenteraden, waardoor de macht opnieuw echt kan uitgaan van het volk. Verder zou het verkieslijk zijn als de gemeenteraad wordt voorgezeten door een gewoon gemeenteraadslid en NIET door de burgemeester, zoals dat vandaag in Antwerpen het geval is. Ook moeten we zorgen voor meer middelen en bevoegdheden voor de districten – de deelgemeenten van Antwerpen. Het is bovendien nodig om opnieuw in te zitten op volwaardig stads- en OCMW-personeel, door het opnieuw benoemen van statutaire ambtenaren. Dit zal niet enkel de stedelijke dienstverlening verbeteren; het zal het personeel ook onafhankelijker en daardoor mondiger maken tegenover de politieke overheid, wat in elk geval veel democratischer is.  

Andere

Het is onmogelijk een progressieve, radicaal-democratische politiek te voeren enkel en alleen op het niveau van de stad. Daarom moet Antwerpen zich actief bemoeien met en solidair opstellen tegenover de strijd tegen de veralgemeende neoliberale besparingspolitiek. Daarbij moet de stad ook samen met vakbonden en sociale bewegingen opkomen voor een echte vermogensbelasting.

Nogmaals mijn dank aan LEF !

maandag 10 september 2018

Hoe Fascisme te bestrijden?

<h2> <span style="color: red;"> <span style="font-size: x-large;">Hoe fascisme te bestrijden</span></span></h2> De Pano-reportage over de extreemrechtse organisatie Schild & Vrienden deed mij terugdenken aan een voorval uit mijn prille jeugd. Op Facebook plaatste ik daarover een bedenking. Hieronder een licht gewijzigde versie daarvan.

Ik herinner het me nog als de dag van gisteren: 43 jaar geleden was ik een 15-jarige scholier, die op een vrijdagnamiddag de school verliet doorheen de schoolpoort. Daar stond een eenzame militant van de Socialistische Jonge Wacht (SJW) hun clubblaadje 'Barrikade' te verkopen. Veel succes had hij niet. Opeens kwam er vanuit de school een jongen op een bromfiets langs gescheurd. Hij probeerde overduidelijk de SJW-militant omver te rijden (wat door diens alertheid niet lukte) en sloeg de tijdschriften uit de handen van de colporteur. De bromfietser (waarvan later vernomen werd dat hij sympathseerde met of deel uitmaakte van de Vlaamse Militantenorde of VMO) verdween pijlsnel en de commotie verdampte al vlug.

Na het weekend keerden we terug naar school. Op die maandagmorgen stond de SJW daar opnieuw. Deze keer met vijftien militanten. Op de straat voor de schoolpoort hadden ze een slogan geschilderd: 'Het fascisme komt er niet door!' Ze verkochten toen wel veel nummers van hun strijdblad, terwijl de vastberaden reactie vanwege de SJW leidde tot tal van discussies binnen de schoolmuren. Verschillende scholieren werden toen lid van de SJW (zoals ikzelf). Van fascisten hebben we in de jaren daarna niet veel meer gemerkt op school.

Aan deze gebeurtenissen moet ik vandaag denken, na de onthullingen op de VRT over Schild & Vrienden. Velen menen nu "dat het gerecht haar werk moet doen." Die reactie is begrijpelijk, maar laat één ding duidelijk zijn: het is niet met juridische stappen dat men het beest van het fascisme terugdringt!

Om dat effectief te doen is er maar één middel: contra-mobilisatie!

Zoals de SJW dat toen dus deed. Zoals onlangs ook 50.000 burgers in de Duitse (eigenlijk Saksische) stad Chemnitz zichzelf mobiliseerden tegen de ophitserij van 5000 zielige en haatdragende fascisten.

Laat ons zo'n mobilisatie ook in België (en dan vooral in Vlaanderen) organiseren. Tijd dus voor een herstichting door de gehele linkerzijde én de arbeidersbeweging van een breed Anti-Fascistisch Front!

(Wie meer wil weten over wat fascisme eigenlijk is en hoe het kan en moet bestreden worden, zie een uitstekende uiteenzetting daarover door wijlen Ernest Mandel: Over het Fascisme

Een interview over mijn kandidatuur op de Antwerpse PVDA-lijst

<a href="https://weerbaarantwerpen.blogspot.com/2018/09/een-interview-over-mijn-kandidatuur-op.html" target="_blank"><span style="color: red;"><span style="font-size: x-large;">Een interview over mijn kandidatuur op de PVDA-lijst</span></span></a>

De website van SAP - Antikapitalisten (Stroming voor een Antikapitalistisch Project) was voor het begin van de zomervakantie zo vriendelijk mij te interviewen over mijn kandidatuur als verruimingskandidaat op de PVDA-lijst voor de Antwerpse gemeenteraad. Op die lijst bekleed ik namens SAP - Antkapitalisten de 46ste plaats. Hieronder de tekst van dit interview.

Onlangs werd in Antwerpen de PVDA-lijst voor de komende verkiezingen voorgesteld, met in totaal 55 kandidaten. Op de 46ste plaats staat jouw naam. Hoe komt dat?

Eind vorig jaar werd er omtrent de gemeenteraadsverkiezingen een akkoord gesloten tussen de PVDA en de SAP. We kwamen overeen dat de SAP kandidaten kon voorstellen voor sommige lokale lijsten. Als gevolg daarvan werd ikzelf in Antwerpen naar voor geschoven als verruimingskandidaat van de SAP. Uiteindelijk kreeg ik dus de 46ste plaats toebedeeld.

Ben je daarmee tevreden? 

Het samenstellen van een lijst met 55 kandidaten is nooit een sinecure. Het heeft dan ook relatief lang geduurd voor de lijst samengesteld raakte. Overigens zijn er een zevental plaatsen die nog ingevuld moeten worden (wat ondertussen reeds ebeurd is). Ik heb begrepen dat er daarrond gesprekken worden gevoerd met 15 potentieel geïnteresseerden. Nu, dat is niet erg, want de lijst moet pas eind augustus formeel worden neergelegd. Er is dus nog wat tijd. Anderzijds zijn we me de lokale SAP-afdeling in Antwerpen blij dat we nu weten op welke plaats onze kandidaat zal staan. We kunnen ons nu concentreren op het vormgeven van onze campagne (het maken van materiaal, bijvoorbeeld). Met die 46ste plaats ben ik ook best tevreden. Het is ons doel een positieve bijdrage te leveren aan het gevecht van de linkerzijde met rechts. Daarbij is het vooral zaak de stemmen voor authentiek en radicaal links bijeen te brengen en niet te verdelen. Of je daarbij bovenaan, in het midden of achteraan staat op een lijst, maakt weinig uit. Zolang er maar campagne kan gevoerd worden binnen het bredere, eengemaakte kader.

Wat vind je verder van de samenstelling van de lijst?

Eerlijk gezegd denk ik dat het qua samenstelling een van de beste lijsten is die radicaal links ooit heeft neergelegd. Het is een erg mooie mix van de vele aspecten die deel uitmaken van datgene waar radicaal links voor staat. Uiteraard is er veel plaats ingeruimd voor vakbondsactivisten (waartoe ikzelf ook behoor). Daarbij werd er ook gelet op een zeker evenwicht tussen militanten van zowel de christelijke als de socialistische vakbond. Naast syndicalisten is er ook veel aandacht besteed aan activisten met andere achtergronden. Ik denk bijvoorbeeld aan mensen met en zonder migratieachtergrond, die daarmee het belang van antiracisme en strijd voor gelijke rechten onderstrepen. Verder uiteraard ook zeer veel vrouwen (de helft van de kandidaten), met de nodige aandacht voor feministisch activisme. Ook mensen die actief zijn inzake het brede terrein van de zorg nemen een groot aantal plaatsen voor hun rekening. Vergeten we ook de strijd tegen de woningnood en rond mobiliteit niet (wat in Antwerpen zeer belangrijke thema’s zijn). Tenslotte is ook de culturele en artistieke wereld sterk vertegenwoordigd. Niet te verwaarlozen is bovendien het grote aantal jeugdige kandidaten, wat niet onbelangrijk is gezien de sterke groei van het aantal jongeren in de stad.

Je spreekt over de aanwezigheid van vakbondsactivisten op de PVDA-lijst. Wat vind je van de kritiek van sommige syndicalisten op de in hun ogen te voorzichtige houding van de PVDA tegenover de vakbondsleidingen?

De discussie over programma – de eisen, zeg maar – de tactiek en de strategie – de actiemiddelen, dus – van de vakbonden is een erg belangrijke discussie. In de eerste plaats uiteraard voor militanten van de vakbonden zelf. Het spreekt voor zich dat politieke organisaties – zoals de PVDA, de SAP en anderen – daar ook meningen over hebben. Elk van die organisaties moet voor zichzelf uitmaken hoe ze met die meningen naar buiten treedt. Wel is het wel zo dat het hier gaat over lokale verkiezingen, waarbij vooral de lokale thema’s voorop staan. Toch ben ik erg blij dat er veel syndicalisten op de lijst staan. Het gaat stuk voor stuk om mondige mensen en ik kan me niet voorstellen dat zij net zo min als ikzelf vragen over de meer algemene syndicale strategie uit de weg zouden gaan. De aanwezigheid van Tom Devocht op de lijst is een goed voorbeeld. Deze kameraad wordt (net als Antwerps ABVV-voorzitter Bruno Verlaeckt) voor de rechter gesleept omdat hij deelnam aan een filterblokkade tijdens een staking van het ABVV. Een proces waarmee niet alleen de socialistische vakbond wordt geviseerd, maar wel iedereen die actie voert of protesteert tegen de gevestigde wanorde. Ik ben dan ook heel blij dat Tom op de lijst staat. Hij spreekt zich daarmee duidelijk uit voor offensieve actiemiddelen en gelijk heeft hij!

De PVDA heeft het voorbije jaar een grote enquête gehouden en daaruit haar Antwerpse programma gepuurd. Dat programma is dan ook een dik boek geworden. Gaan jijzelf en de andere militanten van de SAP dat programma ook gebruiken?

Het programmaboek van de PVDA is interessant en bestrijkt het hele gamma van problemen waar de stad en haar bevolking mee worstelen. Het is dus zeker een inspiratiebron. Daarnaast hebben we met de SAP ook zelf een analyse gemaakt van de stedelijke problemen. Wat ons daarbij opgevallen is, zijn twee vaststellingen. Enerzijds zal de stadsbevolking de komende zes jaar opnieuw aanzienlijk toenemen (met 10.000 tot zelf 37.500 nieuwe inwoners, waarbij het vooral om nieuwkomers van niet-Belgische afkomst zal gaan). Deze bevolkingsgroei zorgt uiteraard ook voor noden en verzuchtingen. Er zijn bijkomende betaalbare en sociale woningen nodig, naast scholen en kinderopvang, recreatie- en sportmogelijkheden en natuurlijk ook de nodige groenruimte. Anderzijds is het zo dat de molensteen van de historische stedelijke schuld (die gemaakt werd om de haven uit te kunnen bouwen) eindelijk afbetaald is. De conclusie die we daaruit kunnen trekken, is dat er grote investeringen nodig zijn ten behoeve van de bevolking en dat de stad daarvoor ook de nodige middelen zou kunnen uittrekken. Helaas is het echter zo dat de concrete werking van de zogenaamde ‘democratie’ hier roet in het eten dreigt te strooien.

Wat bedoel je daarmee?

In de Belgische grondwet staat dat de gemeenten bevoegd zijn voor alle zaken van gemeentelijk belang. Je zou dan ook denken dat de stad haar eigen beleid kan voeren, zoals zij dat nodig acht. Bijvoorbeeld – ik zeg maar wat – door veel meer sociale woningen te bouwen. Maar als de stad zo’n beslissing zou nemen, dan moet het besluit van de gemeenteraad daarover wel eerst goedgekeurd worden door de zogenaamde ‘hogere overheden’. Dat noemt men ‘de voogdij’. Het betekent dus dat zowel het provinciebestuur als de Vlaamse regering hun zegen moeten geven aan dergelijke besluiten van de gemeenteraad. Met de bestaande politieke meerderheden op die niveaus is de kans reëel dat ‘de voogdij’ zo’n besluiten niet zal goedkeuren. Eigenlijk is dit voogdij-mechanisme vergelijkbaar met wat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) jarenlang gedaan heeft met landen uit de zogenaamde Derde Wereld of met de manier waarop de Europese ‘Trojka’ meedogenloos omspringt met Griekenland. Elke politiek die afwijkt van de neoliberale ‘normen’ wordt zo op ondemocratische wijze feitelijk onmogelijk gemaakt.

Wat kan daaraan gedaan worden?

Wij denken dat de democratie verregaand moet versterkt worden. Dat kan onder andere door te strijden voor de omkering van dit ‘voogdij’-mechanisme. Als de Vlaamse regering een beslissing neemt, zou die eerst moeten goedgekeurd worden door de ‘lagere’ overheden, dus door de steden en gemeenten (en dus niet omgekeerd, zoals dat vandaag het geval is). Democratie betekent toch dat de macht van onderuit komt, niet? Natuurlijk kunnen we dit niet zomaar veranderen door middel van deze lokale verkiezingen. Maar we kunnen wel proberen om meer mensen hier rond bewust te maken, zodat ze er later ook rond gemobiliseerd kunnen worden. Overigens geldt dezelfde democratische bekommernis voor de gemeenteraad en haar relatie met de districten. De middelen voor die districten zijn vandaag belachelijk laag. De zogenaamde ‘burgerbegroting’ van het district Antwerpen blijft daardoor feitelijk eerder een doekje voor het bloeden, in plaats van een werkelijk instrument van participatieve democratie. Bovendien zijn de bevoegdheden van de districten vandaag zeer beperkt. Het komt er dan ook op aan zowel hun middelen als hun bevoegdheden drastisch uit te breiden. Wat de gemeenteraad zelf betreft: die wordt vandaag voorgezeten door de burgemeester. Dat is niet logisch en alweer niet democratisch. De burgemeester maakt deel uit van de uitvoerende macht, die gecontroleerd zou moeten worden door de gemeenteraad. Vandaag is het omgekeerde het geval.

Welke noden zijn vandaag prioritair in Antwerpen?

Eigenlijk zijn ze allemaal prioritair (lacht). Een plaats bovenaan de agenda verdienen zeker en vast de mobiliteitsproblemen. Het vervoer in Antwerpen staat stil en als het niet stil staat, dan is het moordend of levensbedreigend, zoals ook blijkt uit de ongevallenstatistieken. De volgorde inzake mobiliteitswijzen moet dan ook dringend worden omgekeerd. Voorrang dus voor zwakkere weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers. Daarnaast is er het grote schandaal van het ondermaatse openbaar vervoer. Dat beantwoordt in de verste verte niet aan wat er werkelijk nodig is. Ik denk dan niet alleen aan het verbeteren van het aanbod en ook de stiptheid van trams en bussen. Het openbaar vervoer moet ook gratis worden. Heel belangrijk is ook dat er eindelijk voorzien wordt in openbaar vervoer van, binnen en naar de haven. Dat is vandaag gewoonweg onbestaande en dat krijg je dus aan niemand uitgelegd! Eigenlijk hebben we opnieuw een stedelijk vervoersbedrijf nodig. Maar dan wel in publieke handen. Zulke dienstverlening mag je niet toevertrouwen aan op winst beluste private ondernemers (zoals het stadsbestuur wil).

Heeft het stadsbestuur de voorbije zes jaar dan stilgezeten?

Het huidige rechtse stadsbestuur heeft de grote maatschappelijke uitdagingen zes jaar lang laten rotten. Blijkbaar hebben ze daarmee voorrang willen geven aan de boekhouding, eerder dan aan de bevolking. Hun grootste prioriteit lijkt het afbetalen van de stadsschuld te zijn geweest. Hoe moeten we anders verklaren dat er pas nu, in het laatste jaar van de legislatuur, op grote schaal gewerkt wordt aan de wegeninfrastructuur binnen de stad? Met als gevolg een hele hoop file-leed en aanverwante miserie (denk maar aan de schandelijke en trieste piek in het aantal verkeersslachtoffers). In plaats van de mobiliteitsproblemen planmatig en gespreid over zes jaar aan te pakken, komt alles nu op een hoop te liggen, met alle chaotische gevolgen van dien.

Welke andere prioriteiten zie je?

Ik zie er meerdere. Zoals de armoede. Vandaag bestrijdt het stads- en OCMW-bestuur vooral de armen. Beter zou het zijn het OCMW te activeren, zodat die instelling actief de armoede opspoort, niet om de armen te stigmatiseren of te bestraffen, wel om hen bij te staan in het verkrijgen van hun rechten. Dat lijkt mij zinvoller dan het wegpesten van bedelaars of daklozen. Verder is er ook de woningnood. Het huidige stadsbestuur heeft zes jaar lang een moratorium ingesteld op het aantal sociale woningen. Volgens hen is een sociale woning bovendien slechts een tijdelijk hulpmiddel voor wie onbemiddeld is. Wij denken dat het volstrekt wereldvreemd is om sociale woningen te bekijken als ‘doorgangswoningen’. De waarheid is dat er gewoon veel te weinig betaalbare woningen zijn in Antwerpen. Er moet dus ingezet worden op een grootscheepse inhaalbeweging, zeker ook inzake sociale woningen. Tegelijk dienen ook andere uitsluitingsmechanismen inzake huisvesting bestreden te worden. We kennen uit de media allemaal de pleidooien voor ‘co-housing’, wat mensen en generaties meer bij elkaar kan brengen, wat de kostprijs voor zorgverlening gunstig kan beïnvloeden en wat de ecologische voetafdruk ook kan helpen inperken. Is het dan logisch dat arme mensen hun uitkering zien dalen, wanneer zij voor samenwonen kiezen, wat toch ook een vorm van co-housing is? Hetzelfde tekort geldt ook voor onderwijs en kinderopvang. De voorziene groei van de bevolking betekent vooral een toename van het jeugdige deel van die bevolking. Er moeten dus scholen en leerkrachten bijkomen, net zo goed als dat het aantal crèches gevoelig moet worden uitgebreid.

Meer sociale woningen, meer scholen en meer crèches – is dat voldoende om de problemen aan te kunnen?

Nee, want zoals ik al zei gaat het bij de voorziene groei van de bevolking vooral om nieuwkomers van niet-Belgische afkomst. Het is voor iedereen die het wil zien zo helder als pompwater dat deze groep medeburgers geconfronteerd wordt met een discriminerende en zelfs ronduit racistische behandeling. Zo blijkt dat een groot deel van de scholieren van (vooral) niet-Belgische afkomst kampen met het waterval-systeem in het onderwijs. Zij worden onvoldoende gemotiveerd en al te makkelijk naar beneden geduwd. Velen worden daardoor ontmoedigd en verlaten de schoolbanken zonder diploma. Maar daar eindigt hun ellende niet. Als ze pakweg een kleine winkel openen, worden ze onmiddellijk geconfronteerd met de stigmatiserende ‘imago-taks’ van het huidige stadsbestuur (een heffing die ze jaarlijks moeten betalen om hun zogenaamd ‘imago-verlagende’ zaak te mogen blijven openhouden). Hebben ze het geluk een job te vinden bij de stad zelf, dan is alles ook lang geen koek en ei. Zijn het vrouwelijke moslima’s, dan botsen ze op het hoofddoekenverbod. Verhelpen aan dit soort discriminatie, stigmatisering en racisme; dat is dan ook een democratische kwestie. Weg dus met het hoofddoekenverbod, de imago-taks, de stigmatisering van bevolkingsgroepen en andere ‘vreemdelingentaksen’!

Stel dat de PVDA een absolute meerderheid zou behalen, zodat het programma volledig en onverkort kan worden uitgevoerd. Dat gaat toch handenvol geld kosten? Wie gaat dat betalen?

(grinnikt) Het is weinig waarschijnlijk dat de absolute meerderheid in het verschiet ligt. Maar toch: de kwestie van de stadsfinanciën blijft natuurlijk erg belangrijk. Ook hier zie ik mogelijkheden om te democratiseren. Vandaag is het zo dat de aanvullende personenbelasting (de zogenaamde ‘opcentiemen’) in Antwerpen de hoogste van Vlaanderen zijn. Tegelijk vinden we op het grondgebied van de stad (o.a. in de haven) bedrijven, die bij de rijkste van het land horen. Toch betalen zij zeer lage belastingen. In Zwijndrecht (een buurgemeente van Antwerpen) is precies het omgekeerde het geval: de personenbelasting is er zeer laag, terwijl de bijdragen van de bedrijven borg staan voor het gros van de gemeentelijke uitgaven. Dit moet ook mogelijk zijn in Antwerpen. Er is geen enkele rationele reden om die omkering niet door te voeren. Bangmakerij als zouden die bedrijven dan prompt de stad verlaten, slaat nergens op. Zwijndrecht heeft haar bedrijven toch ook niet zien vertrekken?

Als een absolute meerderheid voor de PVDA weinig waarschijnlijk is, hoe kan een stem voor de PVDA-lijst dan het verschil maken?

Er wordt veel gespeculeerd over de mogelijke uitslag van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Bovenal leeft de vrees dat de huidige rechtse coalitie opnieuw een meerderheid zou kunnen behalen. Persoonlijk denk ik dat de kans daarop relatief klein is. Het is waar dat de burgemeester en zijn partij (N-VA) kan rekenen op wat ik een media-bonus zou durven noemen. Van zijn huidige coalitiepartners kan echter niet hetzelfde gezegd worden. De kans is reëel dat de N-VA haar huidige coalitiepartners (OpenVLD en CD&V) met huid en haar opvreet. Dat zal echter geen absolute meerderheid opleveren. Met wie kan de burgemeester dan in zee gaan? Met het Vlaams Belang? Dat is niet realistisch. Het zou meteen betekenen dat de coalitievorming op federaal vlak na de verkiezingen in 2019 compleet geblokkeerd wordt (geen enkele Franstalige partij zal in zee willen gaan met fascistenvrienden). In de praktijk blijven zo alleen Groen en de sp.a over als potentiële coalitiepartners. De kans dat een van beiden ingaat op een aanbod, is niet helemaal onmogelijk. Vandaag zijn er in sommige districten al coalities van N-VA met hetzij Groen, hetzij de sp.a. Ook in het huidige provinciebestuur werkt de sp.a samen met de N-VA. Er is dan ook een sterke, linkse kracht nodig, die beide beleidspartijen bij de les kan houden. Hoe beter de uitslag voor de PVDA-lijst, hoe minder kans dat Groen of sp.a in zee zal durven gaan met de partij van de huidige burgemeester.

Zou het niet beter zijn geweest voor iedereen als er in Antwerpen een lijst vanuit burgerbewegingen zou gekomen zijn?

Dat zou alleszins interessant geweest zijn. Iedereen kijkt dan naar het voorbeeld van Barcelona, met Ada Colau en haar ‘En Comu’. We kunnen echter alleen maar vaststellen dat de invloedrijke burgerbewegingen (zoals Ademloos, StRaten-Generaal en Ringland) – die de voorbije jaren hebben getoond de massa van de bevolking rond de mobiliteitskwestie achter zich te kunnen scharen – besloten hebben om de hefboom van de massamobilisatie in te ruilen voor een ‘realistisch’ compromis. Of het gaat om een goed en houdbaar compromis, zal de toekomst uitwijzen. Door dit compromis werd de mogelijkheid van een lijst van burgerbewegingen echter wel een… onmogelijkheid. De hoop die gewekt werd door deze burgerbewegingen zal nu uitgedrukt worden door het succes van de PVDA-lijst. Met de SAP willen we daar ons bescheiden steentje toe bijdragen.

Dit interview verscheen eerder op de website van SAP - Antikapitalisten: www.sap-rood.org/peter-veltmans-op-pvda-in-antwerpen/

woensdag 16 januari 2013

De samenzwering op het Schoon Verdiep

Tom Naegels beschrijft in zijn column in De Standaard hoe op "een nieuwsarme dag" een oproep tot betogen op een obscure webpagina kon uitgroeien tot een controverse rond samenscholingsverboden. Die controverse hield de goegemeente dagenlang bezig. Het kan echter ook zijn dat dit proces ietwat anders is verlopen. Bijvoorbeeld zo:

Tijdens het scheren luistert burgemeester-en-partijvoorzitter Bart De Wever op woensdag 9 januari naar 'De Ochtend' op Radio Eén. Bij het ontbijt neemt hij ook de kranten door. Hij is duidelijk ontstemd. De berichtgeving gaat niet een keer over hemzelf, noch over de N-VA. En gisteren was het ook al van dat. Dit kan zo niet langer. Er moet dringend ingegrepen worden. Aangekomen op het Schoon Verdiep telefoneert hij onmiddellijk woordvoerder Philippe Beinaerts.

Bart De Wever: “Ah, Philippe. Hoe is 't?”
Philippe Beinaerts: “Ah Chef. Met mij goed. En met U?”
Bart De Wever: “Niet zo goed, man. We zijn al twee dagen de control over het nieuws kwijt. Dat kan zo niet verder, he. Er moet direct iets gebeuren. Direct, he! Enne, Philippe, ge moogt mij niet 'Chef' noemen, he. De muren hebben oren en de vijand luistert mee. Straks doen ze met die 'Chef' hetzelfde als in den tijd met den 'Duce'. Of nog erger... Zeg maar gewoon Bart, he.”
Philippe Beinaerts: “Geen probleem, Chef Bart. Maar... wat wilt ge dat ik doe aan die controle over het nieuws? Daar kan ik toch echt niet veel aan doen? Of wel?”
Bart De Wever [zucht in zichzelf over Beinaert's traagheid van begrip]: “Awel, we moeten direct nieuws maken, he. Eender wat, als het maar in de gazet komt. En op TV. En op de radio, natuurlijk. Trouwens, komende vrijdag hebben we toch schepencollege, niet? Is er daar geen beslissing die we rap kunnen nemen en die wat stof doet opwaaien?”
Philippe Beinaerts: “Er staat maar een punt op de dagorde, Chef... euh... Bart. Iets over het Droogdokkenpark. Maar een echte beslissing is dat niet. We moeten die zaak alleen maar doen voorleggen aan de gemeenteraad.”
Bart De Wever: “Neenee, dat is niet goed genoeg. We moeten met iets pakkends kunnen uitpakken.”
Philippe Beinaerts: “Zouden we dan de N-VA-schepenen niet beter bijeen roepen? Als we met meer zijn, zullen we rapper iets kunnen bedenken, he.”
Bart De Wever: “Goei idee. Roept ze maar samen. We zullen nog eens goe aan den boom gaan schudden, zie.”

Philippe Beinaerts belt de N-VA-schepenen op en een half uur later zitten ze samen in de collegezaal van 't Schoon Verdiep. Schepen voor sociale zaken Liesbeth Homans voert het hoge woord.

Liesbeth Homans: “Veiligheid! Dáár moeten we iets rond doen. Dat valt altijd goed. De grondstroom van ons volk smácht naar veiligheid! En tussendoor snoepen we nog wat meer aanhang weg bij 't Vlaams Blok. Euh, Belang. En de linksen stampen we er nog eens goed mee tegen hun schenen. Altijd meegenomen. Keigoe!” [grijnst verheerlijkt]
Bart De Wever [droedelt verveeld op briefpapier van 't stad]: “Heel goei idee. Denkt daar maar wat verder op door. Maar ondertussen heb ik nog een ander idee.” [Legt ferm zijn balpen neer] We schaffen diene slogan van de Patrick gewoon áf. Komen we gegarandeerd mee in het nieuws. En het kost ons niks he, want eerst moeten we al die tonnen papier toch nog opgebruiken.” [glimlacht triomfantelijk]
Koen Kennis (schepen van financien): “Jamaar, Bart, zó simpel is dat nu ook weer niet, he. Denk eens aan al die bedrijfsvoertuigen. Van de vuilkar, van de groendienst en van wat weet ik al niet. Die moeten allemaal bijgeschilderd worden. Dat gaat tijd en dus geld kosten, he man. En verf, natuurlijk.”
Bart De Wever [maakt een afwimpelend gebaar]: “Och Koen, dat zijn zorgen voor later, he. Ondertussen staan we toch weeral in de gazet, he. En zijn we terug op TV. En op de radio.”
Liesbeth Homans: “Ik heb ondertussen nog wat nagedacht over die veiligheid. Zouden we eens niet kunnen bellen met den Dams?”
Nabila Ait Daoud (schepen voor jeugd): “De Dames? Tof, dat ge ook de jeugd er wilt bij betrekken!”
Bart De Wever: “Neenee, Nabila, nie die Dames, den Dams. De procureur, he.”
Nabila Ait Daoud bloost verlegen en zwijgt.
Rob Van de Velde (schepen voor ruimtelijke ordening en middenstand): “Jamaar, Bart. Den Dams, dat is nen tsjeef, he. Met die mannen moet ge oppassen.”
Bart De Wever: “Och, Rob. Die mannen heb ik al eens een kleedje gepast, he. En daarbij, soms heeft den Dams goei ideeën. Allé, Philippe, belt hem eens op!”
Philippe Beinaerts: “Direct, Chef Bart!” [De Wever rolt vertwijfeld met de ogen]

Tien minuten later komt Philippe Beinaerts terug en meldt met grote vreugde dat 'den Dams' onderweg is. Het gezelschap is ondertussen bezig met het op punt zetten van het collegebesluit waarmee de slogan 't stad is van iedereen definitief naar de vuilnisbak van de geschiedenis wordt verwezen. Een kwartier later komt Herman Dams heel pompeus aan op de vergadering.

Herman Dams: “Ah, Mijnheer de Burgemeester. Het is mij een genoegen.”
Bart De Wever: “Voor mij ook, Herman. Voor mij ook.”
Herman Dams [niet uit zijn lood geslagen]: “Mijnheer de Burgemeester, ik wens wel met mijn titel aangesproken te worden!”
Bart De Wever [knippert verbaasd met de ogen]: “Oh... maar... ja. Natuurlijk. Rang en stand. Dat mogen we zomaar niet te grabbel gooien. Uiteraard, Mijnheer de Procureur!”
Herman Dams [zichtbaar vergenoegd]: “Bon, wat kan ik voor de dames en heren betekenen?”
Liesbeth Homans [in zichzelf mompelend]: “Betekenen, betekenen... Doen ja!”
Philippe Beinaerts: “Chef Bart vindt dat we iets moeten doen. We zijn de controle over het nieuws al twee dagen kwijt. Er moet dus dringend iets gebeuren!”
Herman Dams: “Ah zo. En wat dan wel?”
Bart De Wever [ongeduldig]: “We moeten nieuws maken, he Herm... euh... Mijnheer de Procureur.”
Liesbeth Homans: “Nieuws rond veiligheid!”
Herman Dams: “Tsja, spijtig. Ik had al dat bericht rond de vervolging van de patsers. Maar dat was vorig weekend...”

Het gezicht van de aanwezigen licht plots op. De herinnering aan Dams' vervolging van Marokkaanse jongeren met dure wagens doet hen duidelijk deugd.

Rob Van de Velde: “Ja, dat vond ik nu echt eens goed gevonden!”
Liesbeth Homans [met brede glimlach]: “Absoluut!”
Herman Dams [trots]: “Binnenkort pak ik weer met iets uit. Ik ga de bevolking mobiliseren...”
Bart De Wever [verschrikt]: “De bevolking mobiliseren? Is dat niet gevaarlijk? Gij klinkt al zoals die extremiste uit Borgerhout. Allé, hoe heet ze weer?”
Liesbeth Homans: “Zorrho Ottomans of zoiets.”
Nabila Ait Daoud [stilletjes]: “Othman, Liesbeth, Zohrá Othman.”
Liesbeth Homans [blazend]: “Allé, als gij het zegt...”
Herman Dams [sluw]: “Neenee, zo bedoel ik het niet. Natuurlijk niet! Nee, ik ga de bevolking oproepen om de politie te helpen! Een beetje zoals die buurtinformatienetwerken, maar dan zonder dat ze... euh... netwerken, he. De mensen moeten alleen de politie bellen. Als ze iemand verdacht zien. Of zo.”
Rob Van de Velde glimlacht.
Bart De Wever: “Awel, zo hebben wij ook iets nodig. Is er nu zo niks te vinden waar we een spel rond kunnen maken?”
Koen Kennis: “Liefst ook iets dat met Borgerhout te zien heeft. Kunnen we die linksen daar en passant ook nog wat jennen.”
Bart De Wever [monkelend]: “Mijn gedacht!”
Herman Dams [onverstoorbaar]: “Informeert eens bij uwe korpschef ad interim.”
Bart De Wever: “Ah ja, de Serge! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb. Ik zal hem direct eens bellen, zie!”

Bart De Wever verlaat de vergadering en telefoneert Serge Muyters, korpschef ad interim van de stedelijke politie.

Serge Muyters [bars]: “Allo, allo!”
Bart De Wever [geamuseerd]: It is I, Leclerc. I am in disguise...”
Serge Muyters: “Zeg, flauwe plezante. Dat is strafbaar, he! [mopperend] De politie lastig vallen met onnozel moppen...”
Bart De Wever [op zijn hoede]: “Sorry, sorry. 't Is den Bart hier, he. Ge weet wel, den burgemeester.”
Serge Muyters: “Ah burgemeester! Welk goed nieuws? Of is 't slecht nieuws? [ongerust] 't Gaat toch niet over mijn benoeming he?”
Bart De Wever: “Neenee, Serge, dat is veel te vroeg he. Eerst nog dat assesment en zo he, jong. En Turtelbie moet dan ook nog akkoord gaan...”
Serge Muyters [opgelucht]: “Ja, natuurlijk. Maar ge kunt nooit weten, he. Gij met uwen lange arm...”
Bart De Wever: “Niet overdrijven, he. [korzelig] Uwen arm is anders ook niet van de kortste. Neenee, we moeten dringend wat nieuws maken. Laten zien aan jan en alleman dat wíj het zijn die bepalen, wat er hier gebeurd en wanneer en waar en hoe. Verstaat ge?”
Serge Muyters: “Ik versta het! En dat moet iets zijn in Borgerhout, zeker?”
Bart De Wever [vergenoegd]: “Eindelijk ne man met een snel begrip! Inderdaad, in Borgerhout. Tegen die linksen daar. En tegen al de rest van het schorremorrie daar!”
Serge Muyters [schouderophalend]: “Tsja, spijtig, maar er is mij echt niks opgevallen dat we kunnen gebruiken.”
Bart De Wever [smekend]: “Maar allé, kunnen we nu echt niks vinden?”
Serge Muyters [richt zijn vrije hand ten hemel]: “Nee, echt niet. [Zwijgt enkele ogenblikken en denkt na] Tenzij... we iets ineen steken, natuurlijk...”
Bart De Wever: “Mijn gedacht! Aan wat denkt ge?”
Serge Muyters [aarzelend]: “Wel, 't is natuurlijk niet echt legaal... maar... we zouden kunnen zeggen dat er sms-en verspreid worden met oproepen om te betogen. En dan... dan kunnen we die betoging verbieden, he. En daar boven op nog een samenscholingsverbod uitroepen. Kunnen we nog eens uitpakken met GAS-boetes en combitaksen voor de overtreders. Laat ze ons daarna maar robocops noemen” [grijnst]
Bart De Wever: “Ja, dat klinkt goed, maar... betogen tegen wat? Want als ze tegen mij betogen, dan kan ik dat moeilijk verbieden, he. Dat zou wel heel klein overkomen. Dan ben ik weer de Calimero...”
Serge Muyters: “Neenee, niet tegen u. Tegen die cartoons in Frankrijk, he.”
Bart De Wever [ietwat verward]: “In Frankrijk? Cartoons? Tegen Hollande? [peinzend] Ja, dat zou misschien wel goed uitkomen. Ben ik ineens de verdediger van een bevriend staatshoofd. En... de linksen kunnen daar niet tegen zijn. [ineens terug ferm] Maar nee, toch beter niet. Die linksen... Die wil ik juist nen hak zetten, he.”
Serge Muyters [rollend met de ogen]: “Maar nee, niet tegen Hollande! Tegen die cartoons over de Mohammed, he! Altijd goed voor een relleke.”
Bart De Wever: “Ah ja! Natuurlijk! Heel goed gevonden! Begin er maar aan. Steekt dat bericht maar al ineen. Binnen een half uur in mijne mailbox, OK?”
Serge Muyters: “Komt in orde, Bart.”

Bart De Wever gaat voor het raam staan en haakt zijn duimen achter de revers van zijn vest. “Ja, denkt hij, nú is het stad pas écht vooral van ons! En de rest komt nog!”

donderdag 10 januari 2013

Nieuwe gemeenteraad begint met democratische tekorten

Autoritaire tendensen bij de installatie van de nieuwe Antwerpse gemeenteraad – Uiterst beperkte beleidsmarges voor de Antwerpse districten – Scherpe woordenwisselingen in Antwerpen en Borgerhout – Vermeende sociale fraude dan wel groeiende armoede als pijnpunt bij het OCMW – Onduidelijkheden en tegenstellingen bij Groen – Naar een nieuw organisatiemodel voor de sp.a? – De stap terug van Rood!-stichter Erik De Bruyn – Vragen van en voor de PVDA – Vlaams Belang op de sociale toer? – De zelfactiviteit van de sociale bewegingen...

[ P.S.: Deze blogpost is nogal lang uitgevallen. Om het geheel (hopelijk) leesbaarder te maken, heb ik een inhoudstafel of overzicht toegevoegd. Zo kan de lezer/es alles op zijn/haar eigen ritme doornemen. Spijtig genoeg ontbeer ik voorlopig (?) de mogelijkheid om elke dag korte(re) stukjes te schrijven... ]

Peter Veltmans


Overzicht


Uit de Gemeenteraad

Onder grote publieke belangstelling werd op 2 januari 2013 de nieuwe Antwerpse gemeenteraad eindelijk ingezworen. Meer dan 200 aanwezigen vulden de (schaarse) publieksbanken, terwijl er voor het stadhuis verzameld werd door actievoerders van Ademloos, leden van de socialistische bediende- en ambtenarenbonden BBTK en ACOD, het Anti-Fascistisch Front, de PVDA en Rood!. In een 'normale' werkelijkheid zou de installatie van een nieuwe gemeenteraad een ware hoogmis van de democratie kunnen zijn. Niet zo te Antwerpen. Daar start men blijkbaar liever met democratische tekorten.

Scheiding der machten?

De media focuste vooral op het feit dat Bart De Wever niet alleen de rol van burgemeester wil uitoefenen, maar ook de post van voorzitter van de gemeenteraad opeist. Vanop de oppositiebanken werd deze ambitie fel gehekeld door Filip Dewinter (Vlaams Belang) en Meryem Almaci (Groen). Zij spraken allebei over "een gemiste kans voor de democratie". Dat is het inderdaad, want daar waar een burgemeester deel uitmaakt van de uitvoerende macht, behoort de voorzitter van de gemeenteraad tot de wetgevende macht. Door beide posten te combineren, doorbreekt De Wever feitelijk de door Montesquieu zo geroemde 'scheiding der machten'. De vertegenwoordigers van de PVDA genoten blijkbaar vooral na van het grote applaus dat hun eedaflegging hen opleverde, want in dit debat vielen ze vooralsnog niet op. Ook de sp.a liet er zich niet over horen. Hetgeen wellicht mee te wijten is aan een gelijkaardige aanpak in het verleden, toen verschillende burgemeesters van sp.a-signatuur in Antwerpen eveneens beide posten combineerden.

Volmachten

In een normale democratie debatteren de verkozenen des volks (i.e. de wetgevende macht) ook eerst over de inhoud van het uit te voeren beleid (waarna ze die inhoud goedkeuren, desnoods meerder- tegen minderheid), alvorens ze de uitvoerende macht aanduiden. Daardoor weet die uitvoerende macht (in dit geval het schepencollege) meteen aan welk beleid zij geacht wordt uitvoering te geven. In Antwerpen doet men het tegenwoordig precies andersom: men verkiest eerst het schepencollege, men publiceert het nog niet door de gemeenteraad goedgekeurde bestuursakkoord alvast op de stedelijke website en... men stelt de discussie over het bestuursakkoord uit tot het einde van de maand. Feitelijk geeft de gemeenteraad hiermee oncontroleerbare volmachten aan het schepencollege. Men installeert daarmee voor minstens enkele weken een feitelijke dictatuur.

Machtsoverschrijding

Alsof hij dat nog eens wou onderstrepen, verklaarde de nieuwe, rechtse burgemeester vóór de installatie van de nieuwe gemeenteraad al in een TV-interview dat "de verandering al is begonnen". Meer bepaald verwees hij – zonder in details te treden – naar "beslissingen rond het drugsbeleid, de verdriedubbeling van de politiecapaciteit, de verdubbeling van de gerechtelijke capaciteit en het strenger optreden rond vuurwerk en overlast". Allemaal zaken waarover in de gemeenteraad nog geen woord gezegd werd. Ik zou geneigd zijn om te spreken over machtsoverschrijding of usurpatie, want De Wever geeft daarmee een wel heel ruime invulling aan de bevoegdheden van de burgemeester inzake veiligheid. Artikel 134, § 1 van de nieuwe gemeentewet stipuleert weliswaar dat "de burgemeester, in plaats van de gemeenteraad, politieverordeningen kan stellen", "In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners". Afgezien van het eindejaarsvuurwerk kan men zich de vraag stellen wat er onvoorzien is aan het drugsbeleid of hoe 'het geringste uitstel' van de verveelvoudiging van de politionele en gerechtelijke capaciteit 'gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners'...? Bovendien stelt diezelfde gemeentewet dat de burgemeester in zo'n geval verplicht is om over dergelijke daden "onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven [...], met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden". Waarna dit wetsartikel besluit met "Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd". De linkse oppositie zal wel weten welke vragen te stellen en welke motie in te dienen tijdens die 'eerstvolgende vergadering'...

Terug naar overzicht


Uit de districten

Ook de wisselwerking met de districtsraden levert nogal wat problemen op. In het verleden was het zo dat de bestuurscoalities op het niveau van de districten zoveel als mogelijk een afspiegeling vormden van de stedelijke coalitie. Dat zal ditmaal niet langer het geval zijn. Slechts in vier districten gaat het om dergelijke afspiegeling. Weliswaar zal de N-VA als partij aanwezig zijn in acht van de negen districtsbesturen. De partners zijn echter zeer verschillend. In de districten Hoboken, Merksem en Berendrecht-Zandvliet-Lillo wisten sp.a en Groen zich binnen te wurmen in de lokale meerderheid. In de oude kernstad kwamen N-VA, OpenVLD en Groen dan weer tot een akkoord, waarbij CD&V knarsetandend uit de boot viel. De enige districtscoalitie die volstrekt uit de toon valt, is zoals bekend deze te Borgerhout, waar de kartellijst van sp.a en Groen scheep gaat met de PVDA, zonder en bijgevolg tegen de meerderheidspartijen op het Schoon Verdiep. In Borgerhout wordt het dan ook uitkijken hoe het progressieve districtsbestuur rond haar ambitieuze plannen een draagvlak zal kunnen creëren waar dat Schoon Verdiep niet tegen opkan (zie ook verder).

Zelfstandig beleid?

Het ontstaan van dit lappendeken aan coalities kan echter niet verhullen dat de marges om een zelfstandig beleid te voeren op het niveau van de districten erg beperkt zijn. In het algemeen is het zo dat de districten vooral bevoegd zijn voor de zogenaamde 'persoonsgebonden' materies (denk aan cultuur, sport, jeugd, senioren en dergelijke). Hoewel diverse districten allerlei plannen inzake fietspaden en veiligheid voor de zwakke weggebruikers opnamen in hun bestuursakkoorden, is het toch wel zo dat de stad (in het dus nog steeds niet door de gemeenteraad goedgekeurde bestuursakkoord!) de wijkcirculatieplanning grotendeels, zo niet volledig, naar zich heeft toegetrokken. Veel ruimte om inzake mobiliteit eigen accenten te leggen, blijft er daardoor niet meer over. Tenzij de gemeenteraad dit onderdeel van het bestuursakkoord alsnog zou wijzigen (wat weinig waarschijnlijk is). Zo niet, dan heeft Meryem Almaci overschot van gelijk wanneer zij op de website van Groen-Antwerpen het districtsbeleid omschrijft als "het a la tête du client omgaan met de districten".

Geen cadeau

Dat betekent meteen dat oppositiepartijen zoals sp.a en Groen zichzelf geen cadeau gedaan hebben, door samen met N-VA deel te nemen aan deze grotendeels machteloze districtsbesturen. Problematisch zijn daarbij vooral districten als Antwerpen en Merksem, die inzake mobiliteit rechtstreeks onder druk zullen komen te staan, onder andere (maar niet alleen!) bij de uitvoering van het BAM-tracé (respectievelijk op Linkeroever en rond het Sportpaleis). De keuze om in te treden in dergelijke districtsbesturen ondermijnt feitelijk de oppositiemogelijkheden van sp.a en Groen op het niveau van de stad in haar geheel.

Antwerpen en Borgerhout

Bij de installatie van de nieuwe districtsraden van Antwerpen en Borgerhout hadden de rechtse partijen gehoopt de show te kunnen stelen. In Antwerpen hoopte vooral N-VA uit te pakken met de eerste districtsburgemeester van Turkse afkomst. Het Vlaams Belang dacht haar kans schoon te zien door scherp van leer te trekken tegen de hoofddoek van PVDA-districtsraadslid Karima Amalika (daarbij abstractie makend van het keppeltje van OpenVLD-raadslid Samuel Markowitz). In Borgerhout trokken Alain Herremans (N-VA) en Nahima Lanjri (CD&V) tijdens de installatievergadering dan weer fel van leer tegen de aanwezigheid van 'extremisten' in de progressieve districtscoalitie. In beide gevallen wist de PVDA hen te loef af te steken. In Antwerpen via de woorden van Nadine Peeters (PVDA-fractieleidster in het district): “Laat ons alsjeblief ook in dit district inzetten op een beleid dat uitgaat van de noden van de inwoners en dat probeert hen te verbinden in plaats van te verdelen”. In Borgerhout door de gevatte repliek van PVDA-districtsschepen Zohra Othman: “De enige graadmeter zal voor ons de Borgerhoutse bevolking zelf zijn en niet de verwijten rond extremisme”. Later op de avond kreeg ze de vraag toegeworpen wat ze zou doen als het schepencollege van de stad de plannen van het district inzake het verkeersvrij maken van het Moorkensplein niet zou willen honoreren. Ze antwoordde laconiek dat dan “de bevolking zal gemobiliseerd worden”. Alvast een duidelijk antwoord.

Terug naar overzicht


Over het OCMW

Na de gemeenteraad werd ook de raad van het OCMW geïnstalleerd. Meestal is dat iets wat meer in de schaduw gebeurt. Niet zo deze keer. De nieuwe voorzitster van het OCMW (en tevens superschepen voor sociale zaken) is immers N-VA-coryfee Liesbeth Homans. Die liet in tal van interviews verstaan dat ze weliswaar oog wil hebben voor “mensen die echt hulp nodig hebben”, maar dat ze toch vooral vindt “dat er in het verleden te weinig politieke steun bestond om sociale fraude aan te pakken”. Die uitspraak schoot terecht in het verkeerde keelgat van de sp.a. Haar vertegenwoordigers in de OCMW-raad wezen er eerst op dat er ook in het verleden reeds streng gecontroleerd werd op mogelijke sociale fraude. Bovendien benadrukten ze “dat fraude slechts in een minderheid van de gevallen gebeurt; door haar uitspraken creëert de nieuwe OCMW-voorzitter meteen een weinig genuanceerd beeld van de Antwerpse OCMW-klanten”.

Opvallende nieuwkomers

Bij de leden van de OCMW-raad zijn er ook drie opvallende nieuwkomers. Zo vaardigt N-VA Chris Morel, vader van wijlen Marie-Rose Morel af. De man kan zich enkel verplaatsen via een rolstoel, waardoor de OCMW-raad moest uitwijken naar het Elzenveld, blijkbaar de enige (!) zaal van het OCMW die ook toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. Groen vaardigt dan weer Dirk Avonts af, een bekende dokter die reeds zeer actief was bij actiegroep Ademloos. De PVDA van haar kant kan uitpakken met Dirk Van Duppen, arts bij Geneeskunde Voor Het Volk en vooral bekend als de man van het 'kiwimodel'. Van Duppen zetelde reeds voor PVDA in de districtsraad van Deurne. Hij ijvert onder andere voor het behoud van openbare ziekenhuizen en voert net als Groen-collega Dirk Avonts actie tegen de problematiek van het fijn stof in Antwerpen. De PVDA noemt de keuze voor Van Duppen als OCMW-raadslid "meer dan ooit nodig", aangezien het nieuwe bestuursakkoord "de gewone inwoners van Antwerpen in de kou laat staan".

Groeiende armoede

Hoe dan ook staat de OCMW-raad voor enorme uitdagingen. Zo wijst de vzw Daklozenhulp Antwerpen erop dat “het aantal mensen dat een voedselpakket nodig heeft, elke week stijgt: enkele jaren geleden ging het om driehonderd mensen, nu staan er elke zondag zeshonderd te wachten”. Het gaat daarbij om daklozen, maar ook om mensen die wel een woning hebben, maar duidelijk niet genoeg inkomen om er mee rond te komen. Vooral mensen zonder papieren hebben het steeds maar moeilijker. Het is alleszins een probleem waar veel meer mensen last van zullen hebben, dan van de vermeende sociale fraude waar Liesbeth Homans zo mee behept is...

Terug naar overzicht


Over Groen

Op dit blog schreef ik al eerder over de in mijn ogen volstrekt onbegrijpelijke beslissing van Groen om in de oude kernstad Antwerpen (een district met meer dan 180.000 inwoners!) scheep te gaan met N-VA en OpenVLD. Kwatongen beweren dat een en ander vooral te verklaren is door de persoonlijke relatie tussen Groen-senator Freya Piryns en OpenVLD-kamerlid Willem-Frederik Schiltz. Laten we dergelijke speculaties echter liever overlaten aan 'de boekskes'. Ik denk (zoals ik al eerder schreef) dat het meer te maken heeft met een primaire vorm van anti-socialisme. Daarnaast is er bij Groen ook een bepaalde drang naar zelfprofilering, die weinig tot geen rekening houdt met het meer algemene politieke kader. Zo verklaart Meryem Almaci (kamerlid en fractieleider voor Groen in de gemeenteraad) in een interview: "Ik geloof in een genuanceerd optreden. Dat is beter dan sloganesk uit de hoek te komen. Ik denk dat veel kiezers, die voor ons gestemd hebben, geloven dat wij, tegen de verruwing in, een opbouwend en constructief verhaal in petto hebben". Op de vraag of ze dan wil komen tot een links front tegen de verrechtsing, antwoordt ze echter: "Ik denk niet zo graag in die termen. Het gaat niet om een links progressief front. Voor Groen draait het om inhoud. En als we mekaar op de inhoud kunnen vinden, zullen we dat niet nalaten. Het is vooral de inhoud die bij ons primeert. Kunnen we ons inhoudelijk profileren?" (mijn nadruk). Groen wil dus vooral de kans krijgen zichzelf te profileren, ongeacht wie er verder nog in de coalitie zit.

Gemiste kans

Voor het district Antwerpen gaat het ronduit om een gemiste kans voor de linkerzijde. Zo beweerde Chris Anseeuw (uittredend districtsvoorzitster en lid van sp.a) in eerste instantie dat een progressieve coalitie (van sp.a, Groen en PVDA) geen meerderheid zou halen. De vrije zender Radio Centraal zet echter terecht de puntjes op de i door te stellen dat er "17 zetels nodig (zijn) om een meerderheid te halen op een totaal van 33. sp.a (8), Groen (5) en PVDA (3) kwamen samen maar aan 16. Door de stoelendans na de coalitievorming op stadsniveau (waarbij bijvoorbeeld districtsraadslid Philip Heylen CD&V stadsschepen werd en vervangen werd door een opvolger van sp.a) kreeg sp.a op districtsniveau echter een zetel bij, waardoor een sp.a/Groen/PVDA meerderheid nu wel mogelijk is". Weliswaar zou dit een erg krappe meerderheid geweest zijn, maar aangezien het (nog steeds volgens Radio Centraal) moeilijk is om "in het nieuw akkoord (...) significante sociale accenten te vinden", kunnen we hier toch wel spreken van een stevige gemiste kans.

Averechts?

Uiteindelijk komt Groen zo niet verder dan het weinig zeggende 'wij-zijn-niet-links-wij-zijn-niet-rechts-wij-zijn-averechts'-discours, waarmee de Groenen in de jaren '70 hun electoraal avontuur gestart zijn. Blijkbaar zonder er verder bij na te denken verklaart Almaci in het hoger vermeldde interview ook nog: "We zullen de Antwerpenaren laten zien dat er alternatieven zijn voor de aanpak van de N-VA. Tegen de verzuring in zullen wij aantonen dat je met een heel andere aanpak aan een warme en solidaire stad kunt werken en dat in tegenstelling tot de huidige sociale hardvochtige aanpak. We willen de Antwerpenaren laten zien dat onze voorstellen, onze politiek, het verschil kan maken en wel degelijk effect heeft op het dagelijkse leven". Hoe dat dan gerijmd moet worden met de samenwerking op districtsniveau met precies diezelfde voorstanders van 'verzuring' en van 'de huidige sociaal hardvochtige aanpak' is niet meteen duidelijk. Op zijn Facebook-pagina komt de linkse filosoof Bleri Lleshi dan ook bijna niet meer bij van vertwijfeling, wanneer hij schrijft over het in de kernstad geplande "'vliegend college om ons beleid toe te lichten' (welk beleid? wat gaat u doen? wat gaat er veranderen?, hierover geen woord)"...

Inhoud?

Ook over de door Groen veel aangehaalde 'inhoud' mogen er wel eens een paar vragen gesteld worden, zeker wanneer we het hebben over de districtscoalities. Zo wijdt Almaci in het reeds vermeldde interview vele woorden aan gezondheid, mobiliteit, fijn stof en zo meer. Wat blijkt echter? In het district Merksem (waar Groen in de coalitie zetelt met N-VA en sp.a) schommelt het gemiddelde geluidsniveau 's nachts tussen de 50 dBA en 60 dBA, daar waar de World Health Organization stelt dat geluidswaarden vanaf 40 dBA schadelijk zijn voor de gezondheid. In de aan Merksem grenzende Luchtbal-wijk in het district Antwerpen werd volgens de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu het maximum daggemiddelde voor fijn stof dit jaar 41 keer (!) overschreden. De actiegroep Merksem Leefbaar – die deze cijfers publiek maakte – wil dan ook dat de overheid haar verantwoordelijkheid opneemt, "zeker met het oog op de nieuw geplande infrastructuur in en rond Antwerpen, zoals de A102 en het goederenspoor". Wat de beide nieuwe districtsbesturen van Antwerpen en Merksem daaraan gaan doen is volstrekt onduidelijk. Wat Groen evenwel niet belette om "bijzonder tevreden te zijn"...

Terug naar overzicht


Over de sp.a

Groen is echter niet de enige oppositiepartij die met problemen en contradicties te kampen heeft. Dat is onder andere het geval voor de sp.a., die in andere steden en gemeenten deelneemt aan uitvoerende machten die... zich precies eender gedragen als het rechtse bestuur in Antwerpen. Zo vindt de door Louis Tobback aangevoerde Leuvense meerderheid (luidens het blog van een Leuvens gemeenteraadslid van Groen) ook dat "het eigenlijk normaal is dat er nog steeds geen publiek bestuursakkoord op tafel ligt", want “Hoe kan er nu sprake zijn van een bestuursnota, vooraleer er een bestuur is gevormd?”. Overigens combineert diezelfde Tobback eveneens het voorzitterschap van de gemeenteraad met de functie van burgemeester... Het zijn maar enkele van de problemen die de sp.a parten spelen in haar nieuwe rol van grootste Antwerpse oppositiepartij.

grass-roots campagnes

De bekende onderzoeker van verkiezingsresultaten Marc Swyngedouw wijdde bijvoorbeeld een uiterst interessant artikel (dat het verdiend om er uitgebreid uit te citeren), onder meer aan de problemen van de sp.a., waarin hij "het reëel bestaande partijmodel van sp.a in Antwerpen ter discussie (stelt), omdat het niet (meer) in staat is om efficiënte grass-roots campagnes te voeren (...) als aanvulling op een marketing gedreven verkiezingscampagne". Hij wijst er ook op dat "in de sp.a campagne relatief weinig aandacht besteed (werd) aan concrete plannen naar de toekomst toe", terwijl "de grass-roots campagne van de sp.a haast onbestaande (was). Bij mijn (Swyngedouw's) weten waren er weinig of geen huis-aan-huis bezoeken; weinig of geen aanwezigheid op de verschillende markten, (...) geen meetings, geen campagne gebonden partijbijeenkomsten, geen opvallende (ondersteunende, culturele) acties (...) en hingen (er) relatief weinig affiches aan de ramen (...)".

Marketing i.p.v. campagne

Swyngedouw vraagt zich vervolgens af of "Janssens wel een grass-roots campagne (kon) voeren als hij dat al gewild had?”. Janssens gelooft immers niet meer in het concept van de massapartij die sp.a ooit geweest is. Swyngedouw wijst daarbij op de impact van de media, die er mee voor gezorgd heeft dat campagne voeren vandaag meer lijkt op reclame maken, dan op 'aan politiek doen'. De keerzijde van de medaille is wel dat politici slechts toegang hebben tot de kiezers indien de massamedia die politici voldoende goedgunstig willen behandelen. In het 'oude' model van de massapartij kon een marginalisatie door de media nog gecounterd worden door de inzet van leden en militanten. Er kon op die manier gemobiliseerd worden, desnoods tegen de stroom in.

Intern partijleven?

Vervolgens zegt Swyngedouw "Dat sp.a-Antwerpen een pover leven kent is een understatement. Leden en militanten worden bij weinig of niets betrokken, een debatcultuur is onbestaand, lokale wijkafdelingen kunnen misschien links en rechts nog bestaan, maar zijn in vergelijking met 10 jaar geleden weinig of niet actief. De meeste wijkafdelingen zijn op sterven na dood. De activiteiten van sommige districtsafdelingen beperken zich tot de jaarlijkse algemene ledenvergaderingen; de nieuwjaarsreceptie wordt zowaar de belangrijkste politieke activiteit van het jaar. Tekenend is dat het partijprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen binnen zeer beperkte cenakels tot stand is gekomen". Het spreekt vanzelf dat er van interne democratie in die omstandigheden nauwelijks sprake kan zijn.

Negatieve consequenties

Nog volgens Swyngedouw verdwijnt hierdoor de "antennefunctie van leden en militanten", waardoor "de sp.a anno 2012 de signalen (niet opvangt) dat PVDA+ lokaal sterk oprukt in verschillende districten. Wijkgebonden bekommernissen dringen niet meer door. De bevolking neemt de districtsraadsleden niet ernstig (...). Opiniepeilingen bieden hier geen alternatief. (…) De politieke leerschool die de partij vormt, verdwijnt en wordt overgelaten aan de (overwegend liberaal-conservatieve) media. Eveneens leidt het tot de verschraling van de rekruteringsbasis zowel voor nieuw politiek personeel als voor ondersteunende professionals. Het risico bestaat verder dat de beleidsvoerders in een splendid isolation raken, niet meer tegengesproken door hun directe omgeving. En tot slot, een politiek filosofisch argument: wie controleert nog de beleidsvoerders tussen twee verkiezingen door?”.

sp.a in de toekomst?

Tenslotte vraagt Swyngedouw zich af hoe het nu verder moet met de sp.a? Hij doet daarbij suggesties die erop neer komen dat de sp.a zich moet omvormen naar een meer netwerk-georiënteerde manier van werken: "indien een partij wil beschikken over militanten die mobiliseerbaar zijn wanneer nodig, (zal) ze ook moderne participatiekanalen moeten ontwikkelen die discussie en reële inbreng mogelijk maken. Binnen een stad als Antwerpen moet het mogelijk zijn om kwaliteitsvolle debatclubs rond verschillende thema’s op te richten; om via de zogenaamde sociale media gemodereerde participatie bij een partij te stimuleren; om lokale partij campagneteams te laten functioneren als ondersteuning van, en binnen het kader van, een moderne marketing verkiezingscampagne. Participatiekanalen die niet meer de continue langdurige en alomvattende participatie van leden bij de partij veronderstellen, maar de tijdelijke en herhaaldelijke participatie bij onderwerpen en acties die het betreffende lid interesseren. Dit hoeven niet steeds highbrow activiteiten te zijn. Sommige leden vinden het handen-uit-de-mouwen-steken veel aantrekkelijker dan politieke discussies. Niet alles moet worden geprofessionaliseerd binnen een partij”. Als we afgaan op de (slechts zeer recent op gang gebrachte) Facebook-activiteiten van de nieuwe sp.a-fractieleidster Yasmine Kherbache, dan is dit inderdaad de richting die de sp.a in de toekomst uit wil gaan.

Goede zaak?

Of dat een goed en voldoende antwoord is op de geschetste problemen van de sp.a valt nog te bezien. Het model van wat Swyngedouw 'de massapartij' noemt, werd eind 19de eeuw gepionierd door de Duitse SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands), middels haar zogenaamde 'Erfürter Program'. Cruciaal in dit programma is de doelstelling de “strijd der arbeidersklasse tot een bewusten en gezamenlijken strijd te ontwikkelen en hem zijn noodzakelijk doel aan te wijzen (mijn nadruk). De 'massapartij' is daarmee dus geen doel op zich, maar wel een middel om het bewustzijn van de werkende bevolking over haar eigen plaats in de samenleving én over haar historische rol in de strijd voor het socialisme tot ontwikkeling te brengen. Een netwerk-georiënteerde organisatie kan weliswaar best een goed geoliede kiesvereniging opleveren. Zij zal echter zo goed als zeker geen adequaat middel blijken te zijn om het socialistisch bewustzijn terug binnen te brengen in de werkende massa, die de meerderheid van de bevolking uitmaakt. Gesteld dat men die taak nog zou willen vervullen, dan moet er ook vorming zijn, debat én tegensprekelijke (desnoods heftige) discussie. Een echt democratisch, intern partijleven, dus. Paradoxaal genoeg is de beste, meest complete uiteenzetting over deze bewustzijnsvormende functie van de socialistische massapartij terug te vinden in een zeer geleerd, uitstekend boek van Lars T. Lih over... Lenin.

Terug naar overzicht


Over Rood!

De analyse van Swyngedouw zal met name in de kringen van Rood! gesmaakt kunnen worden. Ze sluit immers naadloos aan bij een groot deel van wat ex-sp.a-lid en stichter van Rood! Erik De Bruyn al een hele tijd geleden zei over de sp.a. Sommigen zullen nu misschien geneigd zijn om alles wat betrekking heeft op Rood! als irrelevant van tafel te vegen. Dat lijkt ons echter betwistbaar. Weliswaar is het juist dat Rood! bij de laatste verkiezingen geen verkozene wist te behalen. Maar tegelijkertijd is het ook zo dat Rood! – ondanks de sterke opkomst van de PVDA en Groen en ondanks de druk om tegenover De Wever 'nuttig te stemmen' voor de Stadslijst – toch nog 1% van het kiezerskorps (zo'n 3.000 kiezers) kon overtuigen. Waarmee Rood! toch nog steeds de uitdrukking blijft van een groep mensen ter linkerzijde die zich niet volledig kan terugvinden in andere linkse partijen. Het feit dat Swyngedouw (minstens gedeeltelijk) De Bruyn's morele gelijk aantoont (zonder echter zijn naam te noemen), kan wel niet verhinderen dat de persoonlijke klap van een minieme persoonlijke score inzake voorkeursstemmen bij Erik De Bruyn hard aankwam.

Bitterheid en ontgoocheling

Erik De Bruyn besliste dan ook om door middel van een brief uit de politiek te stappen. Hij doet dit niet zonder enige bitterheid. Zo wijst hij er op dat "politicologen met naam en faam (nu) met veel bombarie analyses (publiceren) waar wij met sp.a-Rood en Rood! vijf jaar geleden al achter waren. Maar intellectuele eerlijkheid en erkenning zijn zeldzaam in een maatschappij waarin ook de intellectuele prestatie vermarkt wordt". Ook kan Erik De Bruyn "niet ontkennen (...) sterk ontgoocheld (te zijn) in het beoordelingsvermogen van de kiezer in het algemeen en van de linkse kiezer in het bijzonder. Dat mijn stad nu voor minstens zes jaar bestuurd zal worden door een ultraliberale partij zal verregaande gevolgen hebben. Niet zozeer voor mezelf, maar voor de vele tienduizenden die veel zwakker in de maatschappij staan".

Problematisch

Vervolgens vindt Erik De Bruyn het "bijzonder problematisch" dat "de linkse kiezer (...) zijn eieren (...) in de korf van de PVDA gelegd (heeft)". Hij wijt dit aan "de jarenlange afwezigheid van een beduidende linkse politieke kracht in Vlaanderen (wat) velen ertoe gebracht (heeft) te stemmen op een karikatuur ervan", waarbij "jarenlange politieke en syndicale medestanders" er blijkbaar toe gebracht worden "die partij nu plotseling kritiekloos (te) omarmen". Waarna hij met een aantal voorbeelden beschrijft wat hem zoal ergert aan de PVDA (stalinisme, sektarisme, een onvoldoende kritische houding tegenover religieuze vooroordelen, racistische tendensen en seksisme). In zijn ogen is de PVDA dan ook "een partij die het niet al te ver zal schoppen". De bittere afscheidsbrief van Erik De Bruyn bindt overigens enkel hemzelf. Het is (op zijn eigen verzoek!) geen tekst die binnen Rood! voorafgaandelijk besproken werd, laat staan goedgekeurd. Sommige leden van Rood! zullen er achter kunnen staan, anderen dan weer niet.

Terug naar overzicht


Over de PVDA

De PVDA is om begrijpelijke redenen naar verluidt niet erg opgezet met Erik De Bruyn's verwijten. Toch mag ik hopen dat ze zich daardoor niet laat verleiden om terug te keren tot 'oude vormen en gedachten'. In een interview zegt partijvoorzitter en Antwerps fractieleider Peter Mertens het volgende: "Met de gezamenlijke 16%-score van de PVDA en Groen is er in Antwerpen wel degelijk iets veranderd. Die uitslag vormt een sterke uitvalsbasis voor een links front. En de thema’s voor zo’n front moeten niet ver gezocht worden. Dat zijn: betaalbare woningen, betaalbare gezondheidszorg en toegankelijk onderwijs. En daarnaast is er natuurlijk het noodzakelijke front tegen het BAM-tracé. Wij zijn, zoals vroeger, bereid om rond die thema’s in een links front samen te werken". Het is wel curieus dat Peter Mertens dit links front alleen maar omschrijft door te verwijzen naar de 16% stemmen voor de PVDA en Groen samen. Ten eerste omdat zo de 1% voor Rood! (die Robert Voorhamme van de sp.a wél betrekt in zijn analyse!) stilzwijgend opzij wordt geveegd. Ten tweede omdat er zo niks wordt gezegd over hoe de sp.a en haar kiespubliek aangesproken zouden kunnen worden. Maar ten derde - en veel belangrijker - omdat zo de indruk wordt gewekt dat het 'links front' herleid wordt tot een overeenkomst tussen politieke partijen. Overigens lijkt dergelijke overeenkomst sowieso al problematisch, aangezien Groen een links front blijkbaar niet ziet zitten (zie hierboven).

Eenheid en samenwerking?

Wat er ook van zei, in de huidige politieke context te Antwerpen helpt het ons in mijn ogen niet veel verder om elkaar ter linkerzijde om de oren te slaan met verwijten, zelfs niet als deze (al of niet gedeeltelijk) terecht zouden zijn. Waar het op aan komt, is in de praktijk aan te tonen aan de meest brede lagen van de bevolking dat een andere stad mogelijk is, via een andere politiek. Die 'andere politiek' kan niets anders zijn dan de politiek van het verzet in eenheid. Het is slechts in de samenwerking dat de verschillende opvattingen van de politieke oppositiestromingen door de mensen zelf kunnen bekeken en zo nodig ook getest worden. Die kans dient men de meerderheid van de bevolking ook daadwerkelijk te bieden. Zonder a priori's. Naar mijn gevoel dient men ter linkerzijde de discussie over eenheid en samenwerking dan ook niet te beperken tot de politieke partijen. Integendeel. Het komt er op aan om al diegenen, die zich niet kunnen herkennen in het beleid van het rechtse stadsbestuur, te verenigen, teneinde samen met hen allen tot daadwerkelijk verzet te kunnen overgaan. Verzet dus, niet enkel in de gemeenteraad, maar ook op straat.

Signalen

Er zijn signalen die erop lijken te wijzen dat ook de PVDA in die richting denkt. Zo verklaart Peter Mertens in het hoger aangehaalde interview dat de PVDA “een brief (heeft) gestuurd aan de leiding van ACW/ACV en ABVV om een gesprek te hebben over de toekomstige sociaal-economische ontwikkelingen in Antwerpen. Welke verwachtingen hebben de arbeidersbewegingen ten overstaan van de PVDA-fractie in de Antwerpse gemeenteraad? Welke bezorgdheden, standpunten en voorstellen moeten daar op tafel gelegd worden? We hebben nog geen antwoord, maar de signalen die we opvangen, laten het beste verhopen”. Dat klinkt zeker bemoedigend. Maar toch zou ik er een bedenking willen aan toevoegen: pas op om niet louter een doorgeefluik te worden van de leiding van verschillende sociale bewegingen. Niet dat deze leidingen op zich foutieve standpunten zouden innemen. Het is echter een feit dat er ook binnenin de sociale bewegingen spanningsvelden of tendensen bestaan (zie bijvoorbeeld de discussies die er nu woeden bij de arbeiders van Ford Genk). Als de PVDA echt wil uitgroeien tot een 'nieuwe werkmanspartij', dan zal ze ook dat spanningsveld politiek moeten kunnen vertolken. Ook dat is een aspect van het 'binnenbrengen van het bewustzijn' in de massa. En dat gaat niet indien er al te volgzaam wordt gestaan tegenover de leidingen van de sociale bewegingen.

Gunstige evoluties

De eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat de PVDA ook op dat vlak gunstig lijkt te evolueren. Ik citeer nogmaals uit het interview met Peter Mertens (de nadruk is van mijn hand): “velen (voelen) zich een nummer, onmachtig, nietig en klein. Ze hebben niet het gevoel dat ze wegen op de samenleving, er toe doen, meetellen. Die mensen moet links terug een stem geven, zelfvertrouwen en zelfbewustzijn om van onderuit aan verandering te werken en dingen in beweging te krijgen. Wij zijn bereid om in allerlei fronten te stappen maar wel vanuit een duidelijk anti-establishment standpunt. (…) Ik ben dus echt van mening dat een electorale overwinning maar van tel is als we dat kunnen omzetten in een sterke strijdbeweging van onderuit. Dat is ongetwijfeld een werk van lange adem maar ook weer niet onmogelijk. (…) En laat het duidelijk zijn, er moet een einde komen aan het seizoen van de symbolische acties. Laten we die achter ons laten, ze kunnen zin gehad hebben en noodzakelijk zijn geweest in een tussenperiode, maar ze beantwoorden echt niet meer aan de uitdagingen waar we vandaag mee geconfronteerd worden. Een verzetsbeweging hebben we nodig. En de vakbonden zouden zich meer bewust moeten zijn van de macht waarover ze beschikken en er ook niet mogen voor terug schrikken die macht ook effectief te ontplooien.

Interne democratie?

Hoewel er dus duidelijk positieve evoluties zijn, blijven nogal wat linkse critici van de PVDA (waaronder ook ikzelf) huiverachtig staan tegenover sommige interne werkingsregels van deze partij. Zo kent ze bijvoorbeeld geen tendensrecht, wat wijlen Jaap Kruithof reeds in 1963 omschreef als “onontbeerlijk voor het socialisme”. Het gaat daarbij niet om een detail. Als ik hierboven bij het bespreken van de sp.a schreef dat een socialistische massapartij tot taak heeft het socialistisch bewustzijn binnen te brengen in de werkende massa en dat, om die taak daadwerkelijk te kunnen vervullen, er naast vorming ook debat en (desnoods heftige) tegensprekelijke discussie moet kunnen zijn – met andere woorden: een echt democratisch, intern partijleven –, dan geldt dat ook voor de PVDA. Tendensrecht (d.w.z. het zich kunnen organiseren – binnen welomschreven grenzen! – als een stroming van gelijkdenkenden) is daarbij inderdaad onontbeerlijk, zo niet zijn eventueel afwijkende (maar ook verrijkende!) meningen in het beste geval slechts curiosa, waar verder niet veel aandacht aan besteed hoeft te worden.

Voorbeeld van de Nederlandse SP

In dat opzicht kan het (overigens ook om andere redenen) interessant zijn om het artikel Order Reigns in The Hague – The Dutch Elections and the Socialist Party uit nr. 77 van de New Left Review over o.a. de Nederlandse SP (Socialistische Partij) te bekijken. In dat artikel van Daniel Finn (helaas enkel online verkrijgbaar voor abonnees) wordt erop gewezen dat “de opkomst van de SP gedurende lange tijd synoniem bevonden werd met de persoonlijkheid van Jan Marijnissen, een veteraan van haar Maoïstische prehistorie (…). Marijnissen was een zeer effectieve en charismatische performer, waarvan echter zelfs zijn grootste bewonderaars zullen toegeven dat zijn leiderschapsstijl aanmatigend was en ongeduldig met dissidentie in de partij – een overblijfsel wellicht van de oorsprong van de SP”. Hetzelfde artikel zegt over Marijnissen's opvolger Emile Roehmer dat hem “ten gunste wordt geduid dat hij een meer ontspannen aanpak naar partijdiscipline toe heeft, wat het makkelijker heeft gemaakt voor leden die kritiek willen uiten op de leiding van de SP” (mijn vertaling). Ik haal dit hier aan omdat het een belangrijke vraag opwerpt: is de mogelijkheid om kritiek te uiten op de eigen partijleiding afhankelijk van de (eerder toevallige) persoonlijkheid van een partijleider, of is die mogelijkheid verankerd in de statuten van de partij – zoals dat met tendensrecht het geval zou zijn? De PVDA zou er mijns inziens goed aan doen om rond deze democratische kwestie – net zoals rond die van haar al dan niet vermeende Stalinistische erfenis – duidelijkheid te scheppen op haar voor het voorjaar aangekondigde congres rond het thema 'Socialisme 2.0'. Zij kan er alleen maar wel bij varen!

Terug naar overzicht


Over Vlaams Belang

Mertens heeft gelijk wanneer hij als thema's voor een links oppositiefront focust op de belangrijkste sociale kwesties. Zodanig gelijk, dat zelfs het Vlaams Belang dit heeft ingezien. De extreem-rechtse, fascistische partij probeert zichzelf dan ook in allerijl een 'sociaal' imago aan te meten. Ze doet dat onder andere door een Antwerpse Volksgazet te verspreiden, waarin ze het uitgebreid heeft over de wachtlijst van 22.386 mensen voor een sociale woning, over de armoede in de stad, over de lege stadskas, over de dreigende afbouw van de sociale restaurants, enz. Voor de verkiezingen nam een delegatie van het VB ook reeds deel aan een vakbondsmanifestatie ter verdediging van het openbaar vervoer. Is het VB nu ineens op de linkse toer aan het gaan? Nee, natuurlijk niet. Hun discriminerend discours is volstrekt ongewijzigd gebleven. Ze blijven zoeken naar zondebokken eerder dan naar oplossingen. Zoals een artikel op de website van Rood! terecht vermeldt, “hebben zij daarvoor hun inspiratie gehaald bij de Griekse extreem-rechtse partij Gouden Dageraad. Deze partij geeft op schandelijke wijze voedselhulp aan ‘echte ‘Grieken. Aan anderen wordt soms zelfs met geweld hulp geweigerd. Krijgen we binnenkort ook in Antwerpen zulke taferelen te zien wanneer militanten van Vlaams Belang hun voedselpakketten, rijkelijk gevuld met varkensvlees, zullen 'verdelen'?”. Deze bedrieglijke 'sociale koerswijziging' van het Vlaams Belang zal men trouwens zeer binnenkort ook in de praktijk kunnen beoordelen, wanneer zal blijken dat deze partij allerminst van plan is zich te verzetten tegen de jacht op vermeende sociale fraudeurs, die de nieuwe N-VA-superschepen van sociale zaken én OCMW-voorzitster Liesbeth Holemans zich voorneemt op te starten. Kijk maar na hoe dikwijls het VB het heeft over vermeende 'misbruiken', 'OCMW-fraude' en dergelijke meer...

Terug naar overzicht


Over zelfactiviteit

Het is natuurlijk zo dat we momenteel in Antwerpen slechts de inleidende manoeuvres beleven van wat inderdaad een erg lange periode van strijd beloofd te worden. Vele organisaties en bewegingen bekijken de zaken momenteel nog ietwat afstandelijk. Zij wachten af hoe de concrete beleidsmaatregelen precies zullen uitpakken. Om pas dan te bepalen of en hoe zij zich ertegen zullen verzetten. Pas als dat proces concreet op gang komt, zal ook duidelijker worden hoe het verzet eengemaakt kan worden. Toch wil dat niet zeggen dat er ondertussen niks gebeurt. Zo protesteerden de Verenigde Actiegroepen Tegen Uitbreiding Vliegveld (VATUV) al meteen scherp, toen bekend werd gemaakt dat het aantal passagiers van de luchthaven te Deurne het voorbije jaar met 15% daalde. De actiegroepen plaatsen dan ook stevige vraagtekens bij de plannen voor de ondertunneling van de Krijgsbaan (waardoor de startbaan verlengd kan worden). Daarnaast is Occupy Antwerp al wekenlang bezig met concrete sensibiliserings- en protestacties tegen de grote armoede in Antwerpen (in de Scheldestad leeft een kwart van de bevolking onder de armoedegrens...). Die acties gaan voornamelijk door op het Astridplein. Tijdens de jaarlijkse nieuwjaarshappening – u weet wel: 15.000 mensen op de Grote Markt voor een klein pakje gratis friet en zo – lieten ze zich evenzeer opmerken (net als militanten van Rood! overigens). Ook bij de installatie van de nieuwe gemeenteraad was Occupy Antwerp aanwezig. Verder zamelden activisten van Ademloos daar handtekeningen in voor een nieuwe petitie tegen het BAM-tracé. Daarnaast was er ook een delegatie van de socialistische bediendebond BBTK, die protesteerde tegen het uitbreiden van de koopzondagen en de gevolgen daarvan voor het personeel. Ook individuele leden van de socialistische vakbond van het stadspersoneel (ACOD-LRB) en van het Anti-Fascistisch Front (AFF) lieten zich opmerken. Naast een talrijk publiek dat gevolg gaf aan de oproep van de PVDA om het inzweren van hun verkozenen luister bij te zetten, deelde ook Rood! een pamflet uit waarin de bereidheid tot eenheid en samenwerking werd benadrukt. De identiteitskaart van de Rood!-militanten van dienst werd door ijverige politiemensen ook overgeschreven. Wellicht in het vooruitzicht van een GAS-boete wegens het niet voorafgaandelijk aanvragen van een toelating...

Terug naar overzicht


Besluit

Er is duidelijk nog veel werk aan de winkel. Allereerst in de gemeenteraad waar op zijn minst de meer autoritaire trekjes van het rechtse bestuur aan de kaak gesteld dienen te worden. Vervolgens ook in de districten, waar men minstens eens zou mogen beginnen nadenken over verzet tegen de extreem smalle beleidsmarges. Verder ook in het OCMW, waar men zich schrap dient te zetten tegen de aankomende explosieve groei van de armoede én tegen de vervolging van... de armen. Tenslotte ook binnen de links-progressieve oppositiepartijen en bij de sociale bewegingen, waar het debat over de strategie op gang mag komen. Het grote voordeel is dat er niet van nul af aan opnieuw begonnen moet worden.

¡Adelante! ¡Adelante! ¡La lucha es constante!

Terug naar overzicht

zondag 16 december 2012

Verandering in A?


De kogels zijn door de kerk: Antwerpen heeft een nieuw, rechts bestuur met een programma (bestuursakkoord) en een nieuwe samenstelling van het college van burgemeester en schepenen. Ook in het district (de oude kernstad) Antwerpen werd er een merkwaardige coalitie gevormd (waarover morgen meer). Ook de linkse oppositiepartijen sp.a en PVDA beginnen zich te roeren.

Veranderingen?

De meningen over de inhoud van het bestuursakkoord lopen nogal uiteen. Terwijl de oppositie binnen de gemeenteraad spreekt over een “koud en kil beleid” (PVDA) en over “plichtjes aan de Schelde” (sp.a), wordt door nogal wat commentatoren gesteld dat de 'verandering' vrij beperkt is, want dat het 'nieuwe' beleid eerder een voortzetting inhoudt van dat van de vorige coalitie. Deze mening wordt bijvoorbeeld verwoord door de professoren Dave Sinardet en Jan Blommaert. Zo schrijft die laatste in een opiniestuk dat "de gelijkenissen met de vorige coalitie overdonderend (zijn), al ligt het voor de hand dat de waarnemers en commentatoren vooral de verschilpunten zullen zoeken en die – hoe miniem ook – als een fundamentele breuk met het verleden zullen voorstellen."

'Flinks'

Nu is het zeker zo dat het nieuwe bestuursakkoord in hoge mate een concretisering is van het denken dat Patrick Janssens uiteen zette in zijn boekje 'Voor wat hoort wat'. In dat boekje trachtte Janssens met een 'flinks' rechten-en-plichten-verhaal (vruchteloos) het gras weg te maaien voor de voeten van zijn uitdager Bart De Wever. Ook heeft Blommaert gelijk als hij verwijst naar het 'nieuwe' activeringsbeleid ten aanzien van werklozen en andere steuntrekkers en dat beleid grotendeels gelijkstelt met dat van de oude coalitie, zoals belichaamd door Monica De Coninck als toenmalig schepen van sociale zaken en voorzitter van het OCMW. Bart De Wever geeft in een televisie-interview op Canvas overigens zelf ruiterlijk toe dat hij en zijn coalitie voortborduren op “het beleid van de vorige meerderheid, waar wij overigens ook deel van uitmaakten”.

Tussenstation

Toch is daarmee de kous niet af. Er zijn wel degelijk ook grote verschillen. Zo beschouwt de nieuwe coalitie sociale steun in het algemeen slechts als een “tijdelijk” gegeven, dat steeds dient bij te dragen aan “de sociale mobiliteit”. Natuurlijk is het zo dat bijvoorbeeld een leefloon of een werkloosheidsvergoeding meestal slechts een tijdelijk karakter heeft, omdat het uiteindelijk de bedoeling is de werkloze of de bestaansonzekere aan een job te helpen. Wat echter met een sociale woning? Is het echt zo verwerpelijk dat iemand met (al dan niet) een laag inkomen in de praktijk zijn of haar hele (al dan niet actieve) leven gebruik blijft maken van die betaalbare sociale woning? Voor de nieuwe, rechtse coalitie kan dit overduidelijk niet! Volgens hen is een sociale woning slechts “een vorm van stimulans tot sociale mobiliteit ”, die “een tussenstation (kan) zijn op weg naar de reguliere markt”.


Ontwrichting

Deze opvatting getuigt niet alleen van zeer grote wereldvreemdheid. Als deze opvatting in de praktijk zou worden doorgevoerd, dan zal zij onvermijdelijk leiden tot verregaande ontwrichting van de sociale cohesie van hele stadswijken (cohesie die sowieso al als fragiel mag omschreven worden). Beeld je even in tot wat een helse permanente stoelendans dit soort ideeën aanleiding zou geven: dikwijls kansarme gezinnen, die in naam van de “sociale mobiliteit” verplicht worden hun betaalbare woning te verlaten – al dan niet omdat ze het Nederlands onvoldoende beheersen. Waar anders dan in nieuwe getto's gaan deze mensen dan terechtkomen? Is dat de manier waarop we aan integratie gaan doen? Bouwen we zo de onderlinge samenhang van onze wijken opnieuw op? Ik durf het sterk te betwijfelen.

Repressie

De rechtse coalitie weet maar al te goed dat dit ontwrichtend beleid (dat o.a. ook tot uiting komt in het totaal zinloze aangekondigde vervolgingsbeleid inzake druggebruik) uiteindelijk zal leiden tot... enorm veel sociale overlast. Die overlast willen de nieuwe bestuurders natuurlijk zoveel mogelijk in de hand houden. De nieuwbakken 'rechten-en-plichters' kiezen daartoe uitdrukkelijk voor repressie als de toe te passen 'policy of containment'. Gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes) worden (nog meer) ingezet als een wapen, de politie krijgt (als enige stadsdienst!) uitdrukkelijk meer mensen en middelen toegezegd en er komt een heel arsenaal aan controles om na te gaan of iedereen wel netjes binnen de lijntjes kleurt. Terwijl Friedrich Engels van mening was dat “de staat in laatste instantie een bende gewapende mannen” is, wil het rechtse stadsbestuur in de eerste én laatste plaats deze bende gewapende mannen, nog meer dan nu al het geval is, loslaten op de stedelijke samenleving...

Cijfers

Tijdens de kiescampagne verklaarde Bart de Wever ook dat er in Antwerpen meer dan genoeg sociale woningen zijn en dat er dus geen bij hoeven te komen (ondanks een wachtlijst van meer dan 20.000 personen!). In het bestuursakkoord wordt dit standpunt klakkeloos overgenomen. Dit wordt verantwoord vanuit de vaststelling dat er in Antwerpen momenteel 11% sociale woningen zijn ten opzichte van het totale woningaanbod. Aangezien de Vlaamse regering streeft naar een gemiddelde van 10% aan sociale woningen in heel Vlaanderen, zit de stad daar dus boven. Bijgevolg hoeft er volgens de rechtse coalitie niks meer te gebeuren... Het is waar dat Antwerpen momenteel uitstijgt boven het Vlaamse streefdoel. Maar... dat Vlaamse streefdoel zelf verzinkt in het niets vergeleken met de buurlanden. In Nederland zijn er 35% sociale woningen en in Frankrijk 17%. Er mag gevreesd worden dat het de werkelijke doelstelling van de rechtse coalitie is om op termijn van 10% naar 7% sociale woningen te zakken, in de richting van het huidige Vlaams gemiddelde (dat dus het eigenlijke Vlaamse streefdoel niet eens benadert!). Als de rechtse coalitie dit zou waarmaken, dan zal daardoor het Vlaams gemiddelde aan sociale woningen nog verder achteruit gaan en zich daarmee nog verder verwijderen van het streefdoel. De woningnood zal er in elk geval niet mee bestreden worden.

Onderwijs

Hoewel de nieuwbakken onderwijsschepen Claude Marinower in een televisieinterview verklaarde dat er dringend iets moest gedaan worden aan de tekorten in het onderwijs én aan de jaarlijks terugkerende schrijnende taferelen bij het inschrijven van onderwijsplichtige (!) kinderen, is er daarover in het bestuursakkoord bitter weinig te vinden. Weliswaar zegt de nieuwe, rechtse coalitie dat “de komende 6 tot 10 jaar van levensbelang zullen zijn voor het onderwijs in Antwerpen en dus voor de toekomst van de stad”. Om die toekomst veilig te stellen wil de rechtse coalitie “een integrale netoverschrijdende aanpak” en “een Antwerps schoolpact”. Belangrijk daarbij is dat er een oplossing komt voor het tekort aan plaatsen en leerkrachten in het onderwijs (geschat wordt dat er op termijn 23.500 plaatsen voor leerlingen bij moeten komen). Erg ver komt de nieuwe coalitie echter niet. Zij beperkt zich tot de opvatting dat “de stad coördineert en pre-financiert desgevallend over de netten heen om het tekort aan plaatsen aan te pakken”. Waarmee de stadskas dus krediet zal verstrekken aan het vrije (voornamelijk katholieke) onderwijs, dat zich volgens een CD&V-blogger naar verluidt “in de handen wrijft”. De inschrijvingsproblemen in het onderwijs worden door het rechtse college dan weer doorgeschoven naar de lokale overlegplatformen...

Pedagogisch project

Het stedelijk onderwijsnet van Antwerpen heeft zoals bekend een eigen pedagogisch project. Met dat project werd maximaal ingezet op integratie en ontplooiing van de eigen capaciteiten van kansarme kinderen en jongeren. In de oorspronkelijk formatienota van Bart De Wever werd daarover onheilspellend gezegd dat “we niet langer alleen uit(gaan) van kansarme kinderen”. Deze zin als dusdanig is niet meer terug te vinden in het bestuursakkoord. Toch wil dat in het geheel niet zeggen dat de rechtse coalitie het pedagogisch project van het stedelijk onderwijs nu omarmt. Integendeel: “achterstandsgroepen” wordt een verlengde schooldag in het vooruitzicht gesteld (terwijl het precies deze groepen zijn die nu al getuigen van veel voorkomende schoolmoeheid, wat door de verlenging van de schooldag nog versterkt dreigt te worden). Verder beperkt het rechtse bestuur zich tot veel goede (?) voornemens om industrie en onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Uiteraard eerder in functie van de noden der industrie, dan wel van pedagogische bekommernissen...

Klimaatcrisis

Nieuw is ook dat er in het bestuursakkoord zelfs geen lippendienst wordt bewezen aan het bestrijden van de klimaatcrisis en haar potentieel nefaste gevolgen. Hoewel iedereen ondertussen wel weet dat de klimaatwijziging onder meer zorgt voor een stijgende zeespiegel – waar een getijdenrivier als de Schelde toch mee de gevolgen van zal ondergaan – komt het begrip 'klimaat' in het bestuursakkoord enkel ter sprake onder de noemer 'investeringsklimaat'... Het is alsof het rechtse bestuur zich volkomen veilig waant achter de waterkeringmuur aan de Scheldekaaien. Terwijl de stad kreunt onder het fijn stof, maakt het bestuursakkoord ook daar geen woorden aan vuil. Wel zal de stad het gebruik van “houtkachels en open haarden” ontmoedigen “bij mistig weer” (het staat er écht!), zullen “voertuigen die niet voldoen aan bepaalde milieunormen” (welke?) via “nummerplaatherkenning” “zonodig beboet worden” in de hoop ze zo “te weren” “uit de kernstad binnen de Ring”. Blijkbaar gaat de rechtse coalitie ervan uit dat de lucht boven de kernstad stil zal blijven hangen en moet de bevolking in districten als pakweg Deurne of Merksem haar plan maar trekken...

Stadsschuld

Antwerpen torst zoals geweten nog steeds een grote, historische schuldenlast. Dit als gevolg van het feit dat de stad bij de fusie der gemeenten niet kon rekenen op een schuldkwijtschelding (wat bijna alle andere gefuseerde gemeenten wel verkregen). De Antwerpse schuld zelf was de prijs die de stad betaalde voor onder meer de uitbouw van de haven. Over de nog uitstaande historische schuld (momenteel nog ongeveer 1,1 miljard € waarvan jaarlijks 52 miljoen € wordt afbetaald) zegt het rechtse bestuur “tegen het einde van de legislatuur” deze “volledig weg” te willen werken. Er wordt wel niet bijgezegd hoe dat dan precies zal gebeuren. Meer nog, er wordt abstractie gemaakt van het feit dat uittredend schepen van Financiën Luc Bungeneers (sinds enige tijd óók van OpenVLD overgelopen naar N-VA) in een interview op Radio Centraal van mening was (is?) dat “de totale historische stadsschuld, inclusief de tekorten van de ziekenhuizen, maar in 2023 (zal) afbetaald zijn”. Tegen die tijd zal Antwerpen overigens een nieuwe schuldenlast hebben opgebouwd die... bijna even groot zal zijn als de oude.

Fiscaliteit

Daarom echter niet getreurd. Het stadsbestuur neemt zich immers voor “een gunstig fiscaal ondernemingsklimaat” te scheppen “in nauw overleg met de betrokken sectoren”. Eerlijk gezegd, het fiscaal ondernemingsklimaat is nu al uitzonderlijk vriendelijk voor de ondernemingen. Zo draagt de opbrengst van de belasting op drijfkracht momenteel voor slechts 6,9% bij aan de stadskas. Meer nog, het gaat hier om de enige belasting waarop een maximumplafond van 3,7 miljoen € werd ingesteld (dit vooral om BASF te 'plezieren')! Via enkele andere belastingen dragen de bedrijven daarnaast nog eens 3,65% bij aan de stadskas. Maar... de individuele belastingplichtigen (de gewone mensen, zeg maar) dragen 32,62% bij! 
Vergelijken we dit nu eens met (pakweg) buurgemeente Zwijndrecht. Daar dragen de burgers via de aanvullende personenbelasting slechts 5,23% bij, terwijl de bedrijven instaan voor 36,92% (via de belasting op drijfkracht) en 7,69% (via taksen op tanks, vergaarbakken en -bekkens).
Precies het omgekeerde van Antwerpen, dus. Werd in Zwijndrecht door de betrokken bedrijven nu alles ingepakt in kartonnen dozen om te verhuizen? Hoegenaamd niet. Waarom moeten de reeds erg gunstige belastingen voor schatrijke bedrijven in Antwerpen dan ineens nog gunstiger gemaakt worden? We zwijgen dan nog zedig over de bijzonder 'ondernemingsvriendelijke fiscaliteit' in de om de welig tierende fiscale fraude bekend staande diamantsector...

Stijlbreuk

Een andere verandering is die in de stijl. Terwijl de stijl van het vorige bestuur inderdaad omschreven mag worden als 'zakelijk' (en daardoor ook nogal afstandelijk, zoals het een koele manager als Patrick Janssens betaamt), kondigt het nieuwe, rechtse bestuur zich niet alleen aan als koud en kil, maar vooral als... gebrand op de confrontatie! Het mag dan al zo geweest zijn dat de praktische politiek van centrum-linkse en centrum-rechtse coalities weinig van elkaar verschilt (wat overigens mee de zogenoemde 'volatiliteit' van het kiezerskorps helpt verklaren), déze rechtse coalitie heeft minstens de ambitie om daar verandering in te brengen. In die zin gaat het om een breuk met wat de Brits-Pakistaanse auteur Tariq Ali “the politics of the extreme center” heeft genoemd (waarmee hij de eenvormigheid van de neoliberale centrum-politiek tracht te beschrijven). De rechtse coalitie wil expliciet het gevecht aangaan met alles wat vocaal is in de samenleving. Zo stelt Bart De Wever uitdrukkelijk dat hij “nooit interesse” heeft gehad “en ook nooit zal hebben” in wat mensen als Tom Lanoye zoal beweegt, terwijl Liesbeth Homans expliciet de vakbonden aanvalt in haar eerste grote kranteninterview. Dat is dan ook het echte doel van de rechtse coalitie in het algemeen en van de N-VA in het bijzonder: het vernietigen van het bestaande sociale weefsel én van de sociale bewegingen (wat Dominique Willaert van Victoria Deluxe in het laatste nummer van het Vlaams MarxistischTijdschrift omschrijft als “het maatschappelijk middenveld”, bestaande uit “milieu- en vredesbewegingen, vakbonden, sociaal-culturele organisaties, buurtcomités, het welzijns- en opbouwwerk, verenigingen waar armen het woord nemen, allochtone zelforganisaties, ...”).

De belangrijkste verandering

Echter, “elk nadeel heb ze voordeel”, zoals Johan Cruyff al zei. Want de belangrijkste verandering..., die is niet terug te vinden in de tekst van het bestuursakkoord. Men zal de rechtse bestuurders er ook nergens iets over horen zeggen. Die verandering is dat de band tussen (de top van) vele sociale bewegingen – niet in het minst de vakbonden! – en het stadsbestuur zo goed als volledig én eenzijdig is doorgeknipt. Het is te hopen dat de sociale bewegingen deze ongevraagde vrijheid naar waarde weten te schatten. Zich complexloos verzetten tegen de concrete uitvoering van de rechtse plannen, dát zou nog eens een vernieuwing zijn! Meer nog, laten we niet alleen hopen dat dit gebeurt. Laten we er ook daadwerkelijk voor ijveren. Om nogmaals Dominique Willaert te citeren: “Het maatschappelijke middenveld moet op zoek hoe er stedelijke allianties kunnen worden ontwikkeld rond cruciale uitdagingen m.b.t. onze toekomst”, terwijl “links-progressieve partijen het middenveld (moeten) durven uitdagen om samen een nieuw politiek project voor onze steden te ontwikkelen”. Dat is inderdaad de dubbele uitdaging die voor ons ligt!